12-12-07

De moord op Stanislaus Nyczak (inleiding + hoofdstuk I)

Van André De Clercq uit Hamme kreeg ik de toestemming om een uniek verhaal op dit blog te publiceren. Het verhaal is een reconstructie van de moord op de Duitse soldaat Stanislaus Nyczak te Elversele op 20 oktober 1916. André reconstrueerde dit drama samen met auteur Luc Peleman. Het onderzoek duurde verschillende jaren en werd uiteindelijk in 1986 te boek gesteld en uitgegeven door de heemkundige kring "Braem" van Elversele.

Het boek is uniek in zijn soort en beslaat bronvermeldingen en foto's inbegrepen meer dan 60 pagina's. Het is een eer om dit op mijn blog te mogen publiceren. Ik wens jullie alvast veel leesplezier!


voorblad


Inleiding


Zowat 70 jaar geleden, in de nacht van 20 op 21 oktober 1916, werd te Elversele de Duitse soldaat Stanislaus Nyczak op af­schuwelijke wijze om het leven gebracht. Uit graankorrels die

her en der in de nabijheid van het lijk verspreid lagen, mocht men afleiden dat de man het slachtoffer was geworden van smok­kelaars die hij op heterdaad had betrapt.

Ca. 130 Elverseelse
mannen tussen 17 en 45 jaar werden als gijzelaars meegevoerd naar Lokeren. Gelukkig voor hen kwam vrij spoedig aan het licht wie de daders waren geweest : Medard Adriaenssens uit Tielrode en Jozef de Kerf uit Temse. Wie weet wat er zou gebeurd zijn indien de moord onopgelost was gebleven. Te Elversele besefte men toen terdege dat het lot van 130 van haar inwoners (zowat 1/10 dus) aan een zijden draadje had gehan­gen.

Vandaag, 70 jaar later, hebben we getracht deze boeiende ge­schiedenis in al haar aspecten te reconstrueren. Dat was geen sinecure want heel wat bevoorrechte getuigen hadden ondertus­sen het tijdelijke met het eeuwige verwisseld, terwijl anderen een aantal feiten of toestanden, over de jaren heen, àl te zeer hadden verdraaid of geïdealiseerd. Bij sommigen werden zelfs zulkdanig pijnlijke herinneringen losgeweekt, dat wij schuld­gevoelens zouden hebben gekregen indien we verder hadden aange­drongen.

Al zijn de verzamelde gegevens uit verschillende tientallen ar­chiefbezoeken, interviews en brieven aan archiefdepots in bin­nen- en buitenland dus eerder schaars, wij hebben niettemin getracht in de mate van het mogelijke een steekhoudend verhaal op papier te zetten. De vraag of wij hier al dan niet in ge­slaagd zijn, laten wij aan het oordeel van de lezer over.
 

I. WERELDOORLOG I : OORZAKEN EN VERLOOP

Directe aanleiding tot het uitbreken van Wereldoorlog I was de moord op de Oostenrijkse troonopvolger Frans-Ferdinand op 28 juni 1914 te Sarajevo.

De eigenlijke oorzaken liggen evenwel veel dieper en werden ge­durende ettelijke tientallen jaren voorbereid. Sedert de Frans­Duitse oorlog van 1870 heerste er immers voortdurend een soort latente onvrede tussen de Europese staten. Eén reden daartoe was het ongelijk verdeeld koloniaal bezit : Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland (de "haves") mochten zich verheugen in heel wat buiten-Europese bezittingen ; Duitsland, Italië en Oostenrijk-Hongarije daarentegen (de "have-nots") voelden zich eerder stiefmoederlijk behandeld.

Reeds in 1879 sloten Duitsland en Oostenrijk-Hongarije een Duple Alliantie, waarbij zij elkaar wederzijdse steun toezeg­den ingeval van een Russische bedreiging. In 1892 werd het zelfs een Triple Alliantie toen ook Italië zich bij de andere twee "have-nots" aansloot. Als één van de drie mogendheden door twee of meer landen werd aangevallen, zouden de bondge­noten ter hulp snellen. Dit gold ook wanneer Italië of Duits­land zou worden aangevallen door Frankrijk alleen.

Eén en ander leidde in 1892-1894 tot een Tweebond tussen Frank­rijk en Rusland, waarbij werd afgesproken dat beide landen zou­den mobiliseren indien een mogendheid van de Triple Alliantie tot de aanval overging.

Toen Frankrijk ook met Engeland een zgn. Entente Cordiale sloot, in 1904, lag de weg open naar een Triple Entente tussen de "haves" : Frankrijk, Engeland en Rusland (in augustus 1907). Het waren voornamelijk de onderlinge koloniale betrekkingen die in deze overeenkomsten werden geregeld. Engeland weigerde voorlopig immers nog steeds onvoorwaardelijk zijn steun toe te zeggen in geval van oorlog.

Daarmee lagen de kaarten verdeeld en kon het grote oorlogsspel beginnen. 

De eerste zet was voor Duitsland dat de Triple Entente op de proef wou stellen door, in 1905 en nogmaals in 1911, de Franse aanspraken op Marokko te betwisten. De Duitse interventie had evenwel niet het gewenste effect vermits alle staten (behalve Oostenrijk-Hongarije) de zijde van de Fransen kozen.

Een andere broeihaard van politieke onrust was de Balkan (in het zuidoosten van Europa) die nog steeds gebukt ging onder de overheersing van deels Oostenrijk-Hongarije, deels het, welis­waar zeer verzwakte, Turkse rijk.

In dat gebied woonden de Serven (die zich reeds eerder in een onafhankelijk koninkrijk hadden verenigd) naast Bosniërs, Kro­aten en Slovenen. Deze vier volkeren voelden zich sterk genoeg verwant om een Zuidslavische of Joegoslavische statenbond na te streven. Het onafhankelijke Servië werd het centrum van de­ze Zuidslavische agitatie.

De Turken werden definitief teruggedrongen in de Balkanoorlogen van 1912-1913. Oostenrijk-Hongarije daarentegen had nog maar pas in 1908 Bosnië en Hercegovina formeel geannexeerd, terwijl het er bovendien op diplomatiek gebied voor had gezorgd dat Servië niet te veel voordeel kon putten uit de succesvolle Balkanoorlogen.

Het latente conflict tussen Servië en Oostenrijk-Hongarije dat trouwens heel wat complexer was dan hier in enkele regels kan worden weergegeven, leidde uiteindelijk tot het uitbreken van de eerste Wereldoorlog.: op 28 juni 1914 werd in Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië, de Oostenrijkse aartshertog Frans-Ferdinand samen met zijn vrouw, gravin Sophie, door een jonge Serviër met pistoolschoten om het leven gebracht.

Oostenrijk-Hongarije zag hierin een kans om zijn invloed in de Balkan te vergroten en verbrak, na een ultimatum, alle di­plomatieke betrekkingen met Servië. Op 28 juli 1914, een maand na de moord, verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië.

Toen de Russen aanstalten maakten om Servië ter hulp te komen, verklaarde Duitsland op 1 augustus de oorlog aan Rusland ; op 3 augustus tevens aan de Russische bondgenoot Frankrijk.

Vanaf dat ogenblik mocht ook België meespelen. Duitsland trad immers het verdrag van 1839, waarbij België als vrije staat werd erkend, met de voeten en viel op dinsdag 4 augustus 1914 ons land binnen, om op het westelijk front de Fransen bij ver­rassing uit te schakelen en vervolgens op het oostelijk front de Russen aan te pakken.

De Duitsers hadden wellicht nooit verwacht dat zij in het kleine België op zoveel weerstand zouden stuiten : eerst rond de ves­tigingen Luik en Antwerpen, nadien aan de Westvlaamse Ijzer waar zij er nimmer in zouden slagen een definitieve overwinning te behalen.

Vrij spoedig na het openen van de vijandelijkheden, kon met recht en reden worden gesproken van een wereldoorlog : Groot­Brittannië mobiliseerde, nadat Duitsland had geweigerd zijn troepen uit België terug te trekken ;Japan steunde de gealli­eerden omdat het de Duitse bezittingen in het Verre Oosten hoopte in te palmen ; Turkije koos partij tégen de Russen ; Italië liet zijn vroegere bondgenoten in de steek en sloot zich, zij het eerder passief, aan bij de geallieerden ; Bulgarije sloot zich aan bij de centraler, Roemenië daarentegen bij de geallieerden.

Lange tijd zag het er naar uit dat de Duitsers aan het langste eind zouden trekken. Temeer daar zij op het oostelijk front als grote overwinnaars uit de strijd kwamen. De Russen, die zich na de revolutie van 1917 achter de Bolsjewieken van Lenin schaarden, wensten vrede en waren bij het vredesverdrag van Brest-Litowsk, dat in maart 1918 werd ondertekend, bereid enor­me gebieden af te staan.

De Duitsers bewerkten echter hun eigen ondergang toen zij in een meedogenloze onderzeebootoorlog een groot aantal koopvaar­dijschepen kelderden en aldus de Verenigde Staten van Amerika tegen zich in het harnas joegen.

In april 1917 verklaarden de Verenigde Staten de oorlog aan de centralen. Andere landen volgden dit voorbeeld : Cuba, Siam, China, Brazilië en de Middenamerikaanse staten.

Voor Duitsland betekende dit het begin van het einde. Na een verwoed offensief van de geallieerden in september 1918, ca­pituleerden de vermoeide Duitse troepen. Op 11 november 1918 om 11 uur 's morgens werd het vuren gestaakt. Maar toen waren al heel wat haveloze en afgematte Duitsers uit onze streken verdwenen.

Commentaren

Ergernis Beste, ik blijf mij ergeren aan de onjuiste informatie in de inleiding tot het verhaal van Nyczak (kan dit nu echt niet worden rechtgezet?), aan het feit dat u aan de verkeerde persoon toestemming hebt gevraagd om dit boek te publiceren en aan het feit dat u op twee eerdere mails van mij nooit hebt gereageerd. Het woord "onbeschoftheid" dringt zich op ("domheid" komt eveneens in aanmerking), maar ik hou mij nog even in.

Gepost door: Luc Peleman | 28-05-10

Zucht.

Gepost door: Luc Peleman | 09-02-15

De commentaren zijn gesloten.