15-12-07

De moord op Stanislaus Nyczak (hoofdstuk III 1+2)

 

III. DE MOORD OP STANISLAUS NYCZAK

1. Even voorstellen : Medard Adriaenssens en Jozef de Kerf
­
Medard Adriaenssens,"Medard van den Dhaene", werd te Tielrode
in het "Kattestraatje" (officieel Kaaistraat) geboren op 31 juli
1885 als derde van de 17 kinderen van August Adriaenssens
(°Tielrode 11.08.1863), metser van beroep, en Emelina Adriaens­-
sens (°Tielrode 06.04.1863).

Hij had 7 broers en 9 zusters,waarvan er evenwel verscheidene jong zijn gestorven:

Gustaaf (016.01.1883), Maria-Juliana (°26.03.1884),

Anna-Wivina (°07.04.1887), Maria-Celestina °25.06.1888),

Maria-Cleopha (°29.07.1889), Juliaan-Franciscus (°07.09.1890),

Albert (°02.10.1891), Richard (°14.12.1892),

Maria-Josepha (°26.07.1894), Hendrica-Maria (°25.08.1895),

Theophiel-Alfons (°15.09.1896), Adolf (°25.11.1897),

Alfons-Gerard (°07.08.1901), Hendrika-Maria (°01.03.1903),

Josephina-Leonia (°09.03.1905), Esther-Ludovica (°23.06.1906).

Wie wat wiskundig aangelegd is, heeft spoedig uitgekiend dat moeder Emeline van haar 19 tot haar 43 jaar bijna onafgebroken in gezegende toestand verkeerde. Van dat indrukwekkende kroost is momenteel enkel nog Hendrika-Maria (°01.03.1903) in leven. Zij is bij oudere Elverselenáren wellicht beter gekend als "Arjètjen", de vroegere dienstmeid van pastoor Robert de Pauw (die pastoor was te Elversele van 1963 tot 1967).

Medard ging, net als verscheidene van zijn broers, in de stiel bij zijn vader en werd metserdiender. Hij zag voor zichzelf evenwel een andere toekomst weggelegd en stapte over naar de poeliersbranche. 

Met kar en paardje reed hij heel de streek af om konijnen, kip­pen, e.d.m. op te kopen en, geslacht, weer aan de man te brengen. Vaak werd hij op die tochten vergezeld door zijn broer Alfons.

Medard kwam als poelier soms terecht bij Ferdinand ("Nand") de Kerf (2), Jozef de Kerfs oudere broer, die te Temse op de "Bees­tenhoek" woonde. Medard kwam daar trouwens vaak op herbergbe­zoek en zou er verkering hebben gehad met de herbergiersdochter Anna Roosens.

Alle geïnterviewden die Medard "van den Dhaene", al dan niet persoonlijk, hebben gekend zijn het erover eens dat hij van geen kleintje vervaard was en voor niemand uit de weg ging. Sommigen beweren dat hij steeds gewapend was met een stevige knuppel waar nagels doorheen waren geslagen. Hij zou een buitenbeentje zijn geweest in de familie Adriaenssens die voor het overige een goe­de reputatie genoot en bekend stond om haar onbesproken levens­wandel.

Medard was bovendien een onverschrokken smokkelaar en was als zodanig vaak bedrijvig langsheen de Durmeoevers, in het gevaar­lijke grensgebied tussen Elversele (Etappegebied) en Tielrode (Generaal Gouvernement). Dat hij uiteindelijk toch eens tegen de lamp zou lopen, daarvan was hij zich zelf maar al te zeer be­wust. Dat zou hij trouwens nog uitdrukkelijk gezegd hebben te­gen o.m. de gezusters Margriet en Martha de Wree, beter gekend als Margriet en Martha "van de Prost". Zij waren de oudste dochters van Filip de Wree en Anna de Coster en woonden op het boerenerf waar nu nog August Rooms en zijn echtgenote wonen (Legen Heirweg 85). Medard kwam er regelmatig op bezoek, al dan niet vergezeld van zijn nonkel Edmond, een jongere broer van zijn moeder, beter gekend als "den Boeman".

Deze Edmond Adriaenssens, scheepsarbeider van beroep, werd te Tielrode geboren op 14 januari 1874, en was dus 11 jaar ouder dan Medard. Op 27 mei 1896 trad hij in het huwelijk met de fa­briekswerkster Maria-Pelagia van Gendt (°Tielrode 28.01.1875). Uit dit huwelijk werden een 8-tal kinderen geboren:

Josepha (°16.01.1897)

Martha-Maria (°03.10.1898)

Kamiel-Joseph (°22.10.1899)

Felix-Frans (°29.01.1902)

Albert-Stefaan (°07.04.1903)

Pieter-Paul (°10.07.1904)

Pauline-Victorine (°06.10.1905)

Camilla-Josephine (°22.12.1906)

Jozef de Kerf, "Jef van den Daf", werd op 18 december 1892 gebo­ren te Temse op de "Beestenhoek" (de huidige Vrijheidsstraat) als zesde kind van David ("Daf") de Kerf (°Temse 30.05.1857), gelaagwerker, en Elisa de Meireleir (°Sint-Niklaas 08.03.1862). Hij had 7 broers en 4 zusters, waarvan er ook weer verscheidene op jeugdige leeftijd overleden:

Ferdinand (°23.12.1886) ("Nand")

Maria-Celestine (°04.12.1887) ("Lestien")

Maria-Philomene (°13.04.1889)

Jozef (°21.10.1890, doch reeds overleden op 28.05.1891 zodat er later een tweede Jozef volgde)

Magdalena-Leonie (°27.12.1891)

Frans (°15.10.1894)

Theodoor-Frans (°17.06.1896) ("Door")

Jozef Amedé (°14.09.1897)

Frans (°19.09.1898)

Kamiel (°19.11.1900) ("Miel")

Esther-Lucia (°12.12.1902). Esther overleed enke­le jaren geleden als laatste van het gezin. Zij zou een beeld­schone vrouw zijn geweest en trok in de jaren 20 met fotograaf Verbiest van Temse naar Parijs waar zij poseerde voor liefdes­postkaarten, die toen bijzonder in zwang waren.

Jozef de Kerf, wever van beroep, trad op 16 december 1914 (toen de Eerste Wereldoorlog reeds volop aan de gang was) in het huwe­lijk met de fabriekswerkster Irma van Remoortere (°Temse 01.05.1893).

Ruim 2 jaar voor hun huwelijk, op 19 oktober 1912, werd hun dochter Maria-Leonie geboren, die momenteel te Waasmunster woont (Nijverheidslaan 32). Zij herinnert zich nog heel goed haar ge­boortehuis op de Beestenhoek.

Deze Beestenhoek (de huidige Vrijheidsstraat, van waaruit men nu, over de viaduct heen, de Krijgsbaan bereikt) liep vroeger naar het "Hollanders Gelaag" (in de Veldstraat, net buiten het dorp zo genoemd naar Jozef D'Hollander die er in 1797 een steengelaag uitbaatte). Aan de overzijde van de August Wautersstraat lag het "Veldstraatje" (de huidige Scheldestraat, die naar de Markt van Temse leidt).

Eertijds bevond zich op de Beestenhoek het oude Volkshuis. Daar tegenover lag een hofje met 2 huizen : in het achterste woonden Maria's grootouders, David de Kerf en Elisa De Meireleir ; in het voorste, een herberg, woonde haar peter, Nand de Kerf (haar vaders oudste broer). Bij hem woonde Jozef de Kerf in met vrouw en kind. Afgezien van Maria-Leonia zou hij nog 3 dochters krij­gen, doch die zijn allen jong gestorven:

Joanna-Florencia (°08.11.1915 - + 26.03.1916,4/ maand oud)

Elisa (°16.11.1916 om 11 uur - + 16.11.1916 om 17 uur, 6 uur oud)

Maria-Ludovica (°16.11.1916 om 12u.30 - + 16.11.1916 om 23 uur, 10/ uur oud)

De tweeling die op 16 november 1916 werd geboren en weer over­leed, heeft Jozef nooit gezien vermits hij toen reeds opgesloten zat te Lokeren. De aangifte van de geboortes werd, bij ont­stentenis van de vader, door de vroedvrouw verricht

"Het jaar negentien honderd zestien, den zestienden November ten vier ure namiddag, voor ons Jan Van Bogaert Schepen aangestelden ambtenaar van den burgerlijken stand van de gemeente Temsche is verschenen : alsheb­bende de verlossing bijgestaan, de vader gevangen zijnde : Cesarina Martens, vroedvrouw, oud 29 jaar : (...)."

2. 20-oktober-1916 : De-moord-en-wat-eraan-voorafging

Zoals gezegd kwam Medard vaak op de Beestenhoek te Temse waar hij verkering had met Anna Roosens en waar hij als poelier regel­matig konijnen, kippen, jonge duifjes, e.d. ging opkopen bij Nand de Kerf.

Aldus leerde hij ook Nands jongere broer Jozef kennen. Hij slaagde erin deze te overreden om al eens mee op smokkeltocht te gaan naar Elversele.

Jozefs vrouw, Irma van Remoortere, had weinig vertrouwen in de figuur van Medard en waarschuwde haar man herhaalde keren dat hij op die manier in slechte papieren zou geraken. Jozef had daar evenwel geen oren naar en op 20 oktober 1916 spraken ze af om het nogmaals te wagen. Ze zouden bij het invallen van de duisternis om rogge gaan bij Camiel D'Haen en Marie Engels ("Marie Kassei") te Elversele.(3)

Deze echtelingen woonden de hoek van Hof ter Elstlaan en Vestwegel (waar laatst Frans Kocker en Ivonne de Block hebben gewoond ; in de vroege jaren 70 afgebroken). Medards nonkel, Edmond Adriaenssens, zou hen ver­gezellen. (4)

Op grond van diverse getuigenissen menen we hun tocht als volgt te mogen reconstrueren : (zie plannetje op volgende bladzijde)

Ergens te Tielrode, misschien wel aan het veer, gingen de 3 smokkelaars met hun bootje te water op de Durme. Langsheen de Luizenbos (het eiland in de Durme dat ca. 1935 verdween) peddel­den ze naar Elversele waar ze aanmeerden in het Klein-Broek. Voorzien van een kruiwagen gingen ze toen verder. Ze kwamen zo voorbij de plaats waar in latere jaren de vuilnisbelt lag en volgden dan het nu verdwenen wegeltje - evenwijdig met de Heirweg - dat hen in de Merenwegel bracht. Daar ging het naar rechts en opnieuw naar links in het eveneens verdwenen wegeltje dat, langsheen de houtkaai van De Vos, de Merenwegel met de Pontweg verbond. De Pontweg staken ze over zodat ze zich onmid­dellijk in de wegel bevonden die van de kapel naar het Hof ter Elst leidt. Van daar was het nog maar enkele stappen tot bij Camiel D'Haen en Marie "Kassei".

De rogge werd betaald en op de kruiwagen geladen, en onmiddel­lijk daarna vatten de 3 mannen langs dezelfde weg de terugtocht aan. Dat ze gehaast waren kon wijlen Jozef Vermeire (5) beves­tigen. Hij woonde toen tijdelijk in bij zijn schoonouders, pol­derwachter Constant de Loose en diens vrouw Joanna Baeck, in de Dorpsstraat. 


plan pag20

  

1= aanlegplaats in het Klein-Broek

2= Camiel D'Haen x Marie Engels

3= plaats van de moord

4= plaats van executie


Op die bewuste avond van 20 oktober 1916 ging hij, via de Duiven­hoek, om pekelharing bij Charles van Bossche en Amelie "de Pa­ling". Dezen woonden op de Pontweg in het tweede huis voorbij de kapelwegel. Toen Jozef Vermeire ter hoogte van de wegel kwam, botste hij op 3 mannen met een kruiwagen waarop een zak lag. Eén van hen riep : "Uit de weg, of we rijden u de benen af." Ze liepen de Pontweg over en verdwenen in de wegel langsheen de houtkaai van De Vos.
kwartier Duitse grenswachters 1917



2) Ferdinand De Kerf werd geboren te Temse op 23 december 1886. Tijdens Wereldoorlog I zat hij aan het front, zodat hij niet thuis was toen de feiten met zijn broer zich voordeden. Toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak-hij was toen al 54 jaar-vervoegde hij de Burgerbrigade in Zwijndrecht. Op 17 mei 1940 moest hij met 3 makkers voor een gevaarvolle opdracht naar Adinkerke. Hij nam toen met bange voorgevoelens afscheid van zijn gezin. Omdat hij vreesde dat de trein naar de kust zou worden gebombardeerd, stelde hij voor met de fiets te rijden. Ze waren nog maar op Bergendries te Lokeren toen hij, omstreeks 13 uur, bij een bombardement het leven verloor.

3) Camiel D'Haen (1865-1926) huwde in 1895 met Marie Thérèse Engels (1864-1939).

4) Volgens wijlen Florent Van Raemdonck, voormalig directeur van de gemeenteschool te Tielrode, was er nog een vierde smokkelaar bij de zaak betrokken: ene Pauwels van Temse. We hebben daar evenwel nergens anders enige bevestiging voor gevonden. Van Raemdonck meent voorts ook dat de smokkelaars slaags geraakt zijn met een hele patrouille Duitsers, en dus niet met Nyczak alleen.
Dat lijkt ons nog veel onwaarschijnlijker vermits-zelfs indien de smokkelaars op dat ogenblik hadden kunnen ontsnappen-de Duitsers binnen de kortste keren de daders zouden hebben opgespoord en aangehouden.(Raemdonck, F. Van, Kroniek van Tielrode, dl.I.Tielrode, 1972. pp. BI-3/4). 

5)Jozef Vermeire (1885-1970), gehuwd met Adelphine Vincke (1885-1933), was aanvankelijk een binnenschipper. Bij het uitbreken van de oorlog diende hij zijn boot achter te laten in Dendermonde. Hij trok met vrouw en kinderen in bij zijn schoonouders in de Dorpsstraat te Elversele. Na de oorlog, in 1919, volgde hij zijn vader "Cent van Over" op als veerman van het Sint-Rochusveer te Sombeke. 

Commentaren

het eiland waarvan sprake was niet deluizenbos, dit eiland lag aan de monding van de durme

Gepost door: johan lenart | 22-11-10

In de Durme bevonden zich eertijds twéé eilanden: één in de monding van de Durme in de Schelde; een ander wat meer westwaarts tussen Elversele/Tielrode op de ene oever en Hamme op de andere oever. Het verdween halfweg de jaren 1930. De benaming "Luizenbos" sloeg in de Elverseelse overlevering vooral op dat laatste eiland (ook al lijkt dat door verscheidene schriftelijke bronnen te worden tegengesproken).

Gepost door: Luc Peleman | 11-03-11

De commentaren zijn gesloten.