17-12-07

De moord op Stanislaus Nyczak (hoofdstuk III 5+6+7)

 5. 24 oktober 1916 : Begrafenis van Stanislaus Nyczak

Terwijl de Duitsers alles in het werk stelden om de daders van de moord op het spoor te komen, werd het slachtoffer op 24 ok­tober te Lokeren op het kerkhof begraven.

De plechtigheid werd in detail beschreven in het dagboek van Maurice Laekeman (11)

"Op 24 Oct. werd den duitschen vermoorden soldaat ingsgelijk alhier, links van de 2 gesneuvelden begraven. Dit was een katholiek en werd (p. 36) met nog meer plecht begraven dan den verdronken soldaat. De lijkstoet bestond uit : harmonie,2e klas lijkwagen met lijk, waarvan de kist was versierd met de duitsche vlag en veel groen, twee paarden trokken de koets, dan volgden mannen van zijne compagnie, dragende een 17 tal kronen, dan den katholieken aalmoezenier, de kommandant en an­dere officieren der bezettende macht, verder een 200 tal soldaten die de stoet sloten. Aan het graf werd door den aalmoezenier de laatste gebeden gelezen en dan een lange lijkrede uitgesproken. Eene zangaf­deling der soldaten zong twee gezangen en de harmonie speelde doodmarschen. In één woord het was een plechtige begrafenis. Daarna toog men te­rug naar de stad onder het spelen der harmonie, die gelijk den Zondag te voren nog een concert gaf op het kiosk der Groote Markt."


 

begrafenis Stanislaus Nyczak


Enige tijd nadien werd te Elversele in het Klein-Broek, op de plaats van de moord, een zware, arduinen zerksteen opgericht. Sophie Laget herinnert zich nog precies wat daar ingebeiteld stond .

"Hier viel door moorderhand,

in trouwe plichtsvervulling der land

den landsturmman Stanislaus Nyczak."

(maar dan wel in het Duits en met vermelding van geboorte- en overlijdensdatum).

Volgens Georges Van Buynder (°1913) zou de vader van Nyczak nog naar die zerksteen komen kijken zijn. Het was op een zondagmor­gen enkele jaren na de oorlog, net toen ze met de duiven aan het spelen waren. Ze zagen een man steeds over en weer lopen op de Legen Heirweg. Hij was klein van gestalte, ietwat gedrongen, en droeg een bolhoed. Uiteindelijk vroeg hij hen waar de zerksteen van zijn zoon stond.

Later werd die steen door onbekenden stukgeslagen. De stukken zouden nog lange tijd op het kerkhof van Elversele hebben gele­gen, in de hoek bij het dodenhuisje.

6) 3 November 1916:Nog meer gijzelaars

Toen de Duitsers een 2-tal weken nadien nog geen stap verder waren gekomen, zochten zij hun toevlucht in drastischer metho­des.

Alle mannelijke inwoners van Elversele tussen 17 en 45 jaar dien­den op 3 november 1916 te verzamelen op het kerkplein en in de "dreef" (Hof ter Elstlaan). Wie ouder was dan 45 jaar, werd op­gesloten in de kerk om later op de dag opnieuw te worden vrijge­laten.

Van eerstgenoemden echter werden er zowat 130 gevangen geno­men (12) en, onder strenge begeleiding van Uhlanen (Duitsers te paard), te voet naar Lokeren geleid. Eén van hen was wijlen Emiel Teirbrood (1891-1985), die toen 25 jaar oud was. Hij her­innerde zich nog hoe ze te Lokeren op de Oude Brug werden opgesloten in de blekerij van de heer Ohrem. (13) Ze sliepen er in de magazijnen op stro dat Elverseelse boeren hadden aangevoerd. 's Morgens konden ze zich wassen in de spoel­vijvers van de blekerij.

Ene Désiré Laureys moest voor de gijzelaars koken. Felix van Raemdonck (1882-1973), bakker in de Dorpsstraat, reed iedere dag naar Lokeren met brood en melk. Dagelijks togen er ook Elverse­lenaren te voet naar ginder met een boterham of zo die ze thuis hadden kunnen uitsparen.

Iedere dag moesten de gijzelaars 2 uur in de voormiddag en 2 uur in de namiddag, dwangarbeid verrichten aan de Lokerse stadswegen of in het station.

Wie evenwel de Duitsers bruikbare inlichtingen kon bezorgen, werd in vrijheid gesteld. Op die manier zijn de Duitsers heel wat te weten gekomen over smokkelpraktijken in het grensgebied. Ook Camiel D'Haen werd op die manier verklikt. Samen met zijn dochter Margriet (1897-1972), werd hij opgesloten te Lokeren en pas weer vrijgelaten nadat hij bekend had graan te hebben verkocht aan De Kerf en Adriaenssens.

Op 17 november was het onderzoek naar de moord zover gevorderd dat de resterende gijzelaars in vrijheid werden gesteld. Enkele weken later zoude gemeente Elversele een briefje krijgen

van de burgemeester van Lokeren waarin "hoffelijk" verzocht werd de verblijfskosten van haar inwoners te willen vergoeden

"ik heb de eer Ued. te doen geworden eene rekening, ten bedrage van Frs. 4-25, wegens verblyfkosten der gegyzelde inwoners uwer gemeen­te. Zeer hoffelyk verzoek ik Ued. voor de vereffening van deze reke­ning te willen zorgen.

Aanvaardt, Geachte Heeren, de verzekering myner beste gevoelens."

(brief van 2.12.1916) (14)

Een maand later, op 05.01.1917, stuurde de burgemeester van Lo­keren een herinneringsschrijven waarin hij bovendien aandrong op de vereffening van gemaakte onderhoudskosten

"Veroorloof mg Ued. te herinneren dat uw Bestuur nog eene som van

Frs. 24-50 verschuldigd is aan Stadsmagazyn, Zelestraat, alhier, we­gens onderhoudskosten der inwoners uwer gemeente, die hier tydelijk werden opgesloten. (...) (15)

7. 17 november 1916 : De daders gearresteerd ­

Zoals gezegd werden de ca. 130 Elverseelse gijzelaars op 17 no­vember vrijgelaten. Men was er immers in geslaagd de daders te vatten.

Wie hen verklikt heeft, is niet duidelijk. Uit het feit dat Camiel D'Haen verscheidene dagen gevangen heeft gezeten, mag wellicht worden afgeleid dat iemand zijn transacties met Adri­aenssens en De Kerf heeft bekend gemaakt bij de Duitsers. Er worden in dit verband verscheidene namen genoemd, maar de kies­heid verbiedt ons om die openbaar te maken.

Vanaf dat ogenblik is alles waarschijnlijk in een stroomversnel­ling terechtgekomen : wij vermoeden dat "den Boeman", Edmond Adriaenssens, tijdens een dagelijkse controle in café Schutters­hof te Tielrode als eerste de feiten bekend heeft en meteen alle schuld op zijn 2 kornuiten geschoven. Dat zou verklaren waarom hij er met 3 jaar opsluiting vanaf kwam, terwijl Medard en De Kerf ter dood werden veroordeeld. Of viel Medard Adriaenssens zelf door de mand toen bleek dat hij een verwonding had tussen duim en wijsvinger, die afkomstig was van een bajonetsnede (of­schoon hij zelf beweerde dat ze te wijten was aan het stroppen van een haas) ? Dezelfde dag nog werd Medard Adriaenssens in café Schuttershof gearresteerd en met een kar overgebracht naar Lokeren, waar hij werd opgesloten "in de Paraplu". (16)

Enkele Uhlanen reden toen onmiddellijk naar Temse om er Jozef De Kerf te arresteren. Deze was sedert de moord nooit meer de­zelfde geweest. Hij werd gekweld door gewetenswroeging en was voortdurend in gedachten verzonken.

Madeleine De Kerf (°1906), dochter van zijn broer Ferdinand, herinnert zich hoe ze eens het haar van haar grootmoeder, Jozefs moeder, inlegde toen deze de moord te Elversele ter sprake bracht. Jozef, die zich toen ook in huis bevond, gaf echter geen krimp.

 


plaats van de moord

 11) Maurice Laekeman, 25 jaar oud toen de oorlog uitbrak, was een zoon van de toenmalige grafmaker van Lokeren en had al­dus toegang tot heel wat plaatsen en gebeurtenissen waar an­deren niet mochten komen. Zo kwam hij b.v. bijna dagelijks op het stadhuis van Lokeren waar hij heel wat informatie uit de eerste hand kon verkrijgen. Hij hield alles minu­tieus bij in een dagboek dat een treffend beeld geeft van 4 jaar bezetting.

Het aangehaalde citaat komt uit : DE VOS, F., Het oorlogs­dagboek van Maurice Laekeman. Lokeren tijdens de eerste wereldoorlog, in : De Souvereinen. Tijdschrift van de Heem­kring van Lokeren, jg. 8 nr. 2 (Lokeren, april 1977), pp. 35-36.

12) Blijkens een brief van het gemeentebestuur van Elverseled.d. 1.10.1919 aan een of ander ministerie (Gemeentearchief Temse, nr. 547 Gemeente Elversele. Oorlog en zijn gevolgen 1914-1918. Doos 2, bundel nr. 2 : Opgeëiste burgers).

13) Een gedeelte van de voormalige blekerij bestaat nog steeds, nabij het huidige slachthuis, op de Oude Brug.

14) Gemeentearchief Temse, nr. 205.1.: Gemeente Elversele. Briefwisseling 1916-1917.

15) Gemeentearchief Temse, nr. 205.1.: Gemeente Elversele. Briefwisseling 1916-1917.

16)  De gevangenis van de Duitsers te Lokeren was ondergebracht in de paraplufabriek van de heer E.Swens in de Roomstraat (nabij de Markt). Een paraplu deed er dienst als uithang­bord, vandaar de populaire uitdrukking "Hij zit in de para­plu" of "Hij zit onder de paraplu".

De Lokerense gevangenis was aanvankelijk eigenlijk onder­gebracht in de bovenzalen van het nieuwe postgebouw. Vrij spoedig echter verhuisde men naar de paraplufabriek van de heer Swens.

Nog later, toen het paraplufabriekje te klein werd, drong zich de noodzaak op van een tweede gevangenis. Die vond een onderkomen in een statige woning op de Grote Kaai. Gedurende heel die periode werd ook van de stedelijke ge­vangenis verder druk gebruik gemaakt.

De commentaren zijn gesloten.