18-12-07

De moord op Stanislaus Nyczak (hoofdstuk III 7+8)

Vaak zat hij, geheel alleen, gehurkt op straat, met zijn rug te­gen het oude Volkshuis (rechtover zijn deur). Bij één van die gelegenheden kwamen 2 Duitsers te paard de Beestenhoek ingereden. Ze vroegen hem waar Jozef De Kerf woonde. De Kerf maakte zich bekend en liet zich gewillig in de boeien slaan. Het leek alsof hij had toegegeven aan een innerlijke drang die hem verplichtte om zich aan te geven. Hij werd overgebracht naar Lokeren en eveneens opgesloten in "De Paraplu".

De familie De Kerf begreep niet waarom hij en Medard niet naar Nederland waren gevlucht, desnoods door een put te graven onder de elektrische grensdraad. Daartoe hadden ze toch ruimschoots de tijd gehad. Maar Medard dacht waarschijnlijk dat er hem niets kon gebeuren, terwijl De Kerf gewoon de kracht niet meer had. Volgens Cesar Verhelst zaten De Kerf en Medard te Lokeren opge­sloten in afzonderlijke cellen, doch slechts gescheiden door een gangetje. Ze zouden zichzelf volledig hebben verraden toen ze - terwijl ze werden afgeluisterd - elkaar aanpraatten wat ze tij­dens de ondervraging al of niet mochten zeggen.

8. 24 november 1916 : Voor de krijgsraad

Op 24 november 1916 verschenen de 3 betichten voor de Duitse krijgsraad. Het proces vond plaats in de gemeenteraadszaal van het Lokerense stadhuis. (17) Er werden verscheidene getuigen verhoord. De beschuldigden, die met kettingen gebonden waren, werden verdedigd door de Lokerense advocaat Jozef van Winckel. (18)

Jammer genoeg is het dossier van het proces niet bewaard geble­ven. Dit had immers heel wat aan het licht kunnen brengen over de omstandigheden waarin de moord werd gepleegd, de personen die bij de smokkelaffaire betrokken waren en de daders verklikt hebben, enz..


Meester Jozef Van Winckel

Meester Jozef Van Winckel 


Het archief van de toenmalig fungerende Duitse krijgsraad wordt waarschijnlijk in diverse Duitse archiefdepots bewaard. Voor­zover die tenminste niet gedurende de Tweede Wereldoorlog werden platgebombardeerd. 

De kans is trouwens reëel dat de stukken betreffende de zaak Nyczak in Potsdam (nabij West-Berlijn) werden bewaard, en dit archief is in 1945 geheel in de vlammen opgegaan.

Op 25 november werd het vonnis geveld, zo blijkt uit een affiche van begin 1917 : de handelaar Medard Adriaenssens van Tielrode, 31 jaar oud, en de wever Jozef de Kerf van Temse, 24 jaar oud, werden ter dood veroordeeld ; de scheepsarbeider Edmond Adriaens­sens van Tielrode, 42 jaar oud, werd veroordeeld tot 3 jaar tuchthuisstraf. (19)

Dat vonnis werd een week later, begin december, officieel be­krachtigd.


 bekendmaking veroordeling

Bekendmaking van het vonnis


Vóór het vonnis werd voltrokken, zouden de beide ter dood veroor­deelden nog verscheidene weken opgesloten blijven, aan handen en voeten gebonden, in de Lokerense gevangenis. Vanuit zijn cel schreef Jozef de Kerf nog een 10-tal brieven aan zijn echtgenote, Irma van Remoortere. Maria de Kerf (°1912), Jozefs dochter, heeft deze brieven meermaals gelezen. Haar vader beschreef daar­in hoe hij aan handen en voeten gebonden lag, en er toch nog in slaagde op de muren van zijn cel te schrijven en te tekenen. Hij bezat een grote artistieke aanleg want ook zijn brieven wa­ren doorspekt met tekeningen waarin hij zijn betreurenswaardige situatie uitbeeldde.

Ook Madeleine de Kerf, de dochter van zijn oudste broer Nand, heeft die brieven eertijds gelezen. Haar nonkel was volgens haar geen praktiserend christen. Hij werd echter "bewerkt" door de aalmoezenier van de gevangenis en had een muur van zijn cel vol kruisen getekend. Op zijn knieën vóór die kruisen gezeten (zoals hij zichzelf afbeeldde in de brieven aan zijn vrouw) zwoer hij bij God en al zijn engelen dat hij onschuldig was en dat de Boeman, Medards nonkel, zijn verdiende straf niet zou ontlopen.

Toen Jozefs weduwe ca. 1959 voor de derde keer huwde, heeft ze jammer genoeg al deze brieven verbrand, evenals een haarlok die haar eerste man haar had toegestuurd en een kerkboek dat hij in de marges grotendeels had volgeschreven.

Toch is er één stuk proza van Jozef de Kerf bewaard gebleven.Het werd ons bezorgd door Suzanne van Britsom (Legen Heirweg 98b). Hoe het in haar bezit kwam is een heel verhaal.

Haar moeder, Martha Rotthier (1900-1961), woonde vóór haar huwelijk in de Groenstraat te Waasmunster. Ze had een 16-tal broers en zusters, waarvan verscheidene jong gestorven. In 1917 hadden haar ouders aan 2 ontsnapte Belgische krijgsgevangenen geduren­de enkele dagen onderdak verleend. Toen deze 2 opnieuw op krach­ten waren gekomen, zou hun knecht, "Medard Kadul", hen over de Nederlandse grens loodsen. Daartoe moesten ze evenwel, midden in de winter, ergens over een water zwemmen. Eén van de 2 vluchtenden werd onpasselijk en moest noodgedwongen terugzwem­men. Ook zijn maat keerde toen terug. Op dat ogenblik werden ze betrapt door Duitse soldaten en opnieuw gevangen genomen. Ook heel het gezin Rotthier werd toen opgepakt en opgesloten te Lokeren. Enkel Alfons (1902-1977), de jongste van de 17 kinde­ren, mocht thuisblijven omdat hij nog geen 16 jaar oud was.

Te Lokeren werden de gezinsleden allen in een afzonderlijke cel opgesloten. Het toeval wou dat Martha terechtkwam in de cel waar enige tijd voordien Jozef de Kerf verblijf had gehouden. Op de muur stond een heel verhaal geschreven.

Gelukkig had Martha de tegenwoordigheid van geest gehad om wat briefpapier mee te nemen (in de hoop dat zij wel eens een brief­je aan haar familie zou kunnen buitensmokkelen), zodat ze de ontboezemingen van De Kerf kon overschrijven. Het is dit stuk­je papier dat, via enkele omwegen, een 8-tal jaren geleden in handen kwam van haar dochter, Suzanne Van Britsom.

Ziehier wat Martha Rotthier in de cel van De Kerf op de muren te lezen vond

"Jozef de kerf van Temsche bijgenaamd den daft. Ik ben onplichtig tot der dood veroordeeld den 2 December 1916. Getrouwt met Emma Van Remoortere beiden 24 jaren en hebben 4 kinders 1 van 4 jaar en 1 van 1 jaar en een pas geboren tweeling terwijl ik in de gevangenis zat. dit is toch wel wreed zoo jong moeten sterven onplichtig en mijne vrouw Emma de sukelas en ik word betichd voor die moord van dien soldaat te Elversele ik heb er bij geweest maar Medar Adrianses heeft hem dood gestoken met zijn mes en daar bij hem nog den kop opengeslagen met zijn geweer en daarvoor moet ik ook sterven omdat ik mijne klak voor zijnen mond gehouden en zijn licht afgetrok­ken heb.

Maar God zal hem wel vinden. En den Boeman den nonkel van Medar die heeft maar 3 jaren gehad omdat die eerst gesproken heeft, en hij heeft het op mij gestoken dat ik hem dood geslagen, en dat hij niets gedaan heeft dat is goed afgewerkt voor hem maar hij doet mij onplichtig ster­ven maar den boeman zat op zijne beenen en heeft hem eene steek gege­ven met de boijenet in zijnen rug.

Eten heb ik genoeg in mijne laatste dagen zij hebben mij nog eens goed gevet heer dat zij mij slachten gelijk een varken alle dagen 29 sneden brood smorgens kreeg ik 7 sneden brood en eene kom koffie smidags eene kom soep en 8 schellen kop vleesch met brood Savonds 8 sneden brood met kop vleesch maar dat heeft maar 14 dagen geduurt en daarmee was het ook gedaan en vloeiën en luisen zooveel ik maar wil. Jozef De Kerf van Temsche gebonden aan handen en voeten dag en nacht ; ik loop hier rond gelijk een zwerveling."

De Kerf schreef deze tekst in december 1916 en toch leefde hij nog in de veronderstelling dat hij 4 kinderen had. Het is best mogelijk dat men hem niet had meegedeeld dat de op 16 november 1916 geboren tweeling nog dezelfde dag overleed. Doch ook zijn 2de kind, Joanna-Florencia, was reeds op 26 maart 1916 gestorven. Was De Kerf toen reeds zozeer van streek dat hij zijn kind nog in leven achtte?

 


Jozef de Kerf
Jozef De Kerf 


17) Begin februari 1975 begon men de gemeenteraadszaal van Lokeren te herschilderen. Boven het schilderij "De Boerenkrijg" van Leo Steel hing een vrij alledaags kruisbeeld. Ingevolge de schilderwerken werd het echter van de muur gehaald en ontdek­te men dat er zich aan de achterzijde een opening bevond die was afgesloten met een zinken plaatje. In de holte zat een vergeeld stukje papier verborgen met het officiële stadszegel van Lokeren erop en volgende tekst

"STAD LOKEREN

Het Gemeentebestuur der Stad Lokeren bevestigd (sic) dat dit kruisbeeld gehangen heeft aan den wand der zaal van het Duitsch krijgsgerecht geduren­de de bezetting van 1914 tot 1918, dat het ge­bruikt werd voor de eedaflegging der getuigen in crimineele zaken, en dat, onder andere, de getuigen er op gezworen hebben in de zaak der terdoodveroordeling van De Kerf en Adriaenssens van Elversele.

De Secretaris             De Burgemeester

(get.) Henri Klein.       (get.) A. Raemdonck."

(DE VOS, F., Een vergeelde herinnering aan de Eerste Wereldoorlog, in : De Souvereinen. Tijdschrift van de Heemkring van Lokeren, jg. 8 nr. 3 (Lokeren, juli 1977), pp. 85-86)

18) De Lokerense advocaat Jozef van Winckel werd geboren op 3 okto­ber 1882. Hij overleed op 5 mei 1972, bijna 90 jaar oud. Meester Van Winckel had een levendige belangstelling voor alles wat met heemkunde, oudheidkunde of folklore te maken had. Op 20 april 1969 was hij te Elversele nog te gast op de opening van de tentoonstelling van Heemkundige Kring Braem over de Eerste Wereldoorlog.

Literatuur : DE VOS, F., In Memoriam Mr Jozef van Winckel, in De Souvereinen. Tijdschrift van de Heemkring van Lokeren, jg. 3 nr. 3 (Lokeren, juni 1972), pp. 68-69.

19) Het verdere lot van "den Boeman" is ons niet bekend. Is hij wel­licht in Duitsland gebleven en daar overleden ?

De commentaren zijn gesloten.