19-12-07

De moord op Stanislaus Nyczak (hoofdstuk III 9)

9. 9 januari 1917 : Voltrekking van het vonnis

Gedurende de nacht van 8 op 9 januari 1917 werden Jozef de Kerf en Medard Adriaenssens voorbereid op de dood door 2 paters uit het franciscanenklooster te Lokeren : pater Richardus (20), toen­malig gardiaan, en pater Amandus (21).


paters



Op dinsdag 9 januari, vroeg in de morgen, werden de 2 ter dood veroordeelden "van onder de Paraplu" gehaald door 4 rijkswachters.

Eén van hen, Jozef de Kerf, slaagde er nog in zich los te rukken en weg te lopen. Indien hij de weg had geweten te Lokeren, was hij zeker kunnen ontvluchten. Nu liep hij recht in de armen van een groep Duitse soldaten.

Beiden werden toen, samen met hun doodskist, op een zware vracht­auto geladen en naar Elversele gevoerd.

Toen ze rond half 9 op de Legen Heirweg te Elversele arriveerden, heerste er reeds een ongewone drukte. Duitsers te voet en te paard hielden de nieuwsgierigen op afstand, terwijl de 2 veroor­deelden, die nog steeds werden bijgestaan door pater Richard, uit de camion werden gehaald.

Medard rookte een sigaret en zwaaide met zijn klak naar de omstaanders. Hij riep herhaalde­lijk dat hij nog veel moed had. De Kerf daarentegen was toen al meer dood dan levend en kon nog nauwelijks op zijn benen staan.

Van op de Legen Heirweg ging het te, voet naar de plaats van exe­cutie, een 50-tal meter oostelijk van de plaats waar de moord werd gepleegd. De plaats van de moord zelf was té gevaarlijk om­dat de binnendijk niet zo ver kwam en men wou vermijden dat er bij de executie verdwaalde kogels in Hamme zouden terechtkomen.


plaats executie

Plaats van de executie


Bij de executie mocht niemand aanwezig zijn. Toch waren er waag­halzen die alles hadden kunnen zien, o.m. Frans Lefebure, Theo­phiel Berckmoes en Sophie Laget.

De Kerf en Adriaenssens werden in het "meersken" aan 2 jonge ca­nada's gebonden, met hun gezicht naar de Legen Heirweg, en ver­volgens geblinddoekt. Pater Richard liep ondertussen steeds maar heen en weer tussen de 2 veroordeelden. Medard zou nog geroepen hebben : "We zijn hier met een man te weinig", daarmee waarschijn­lijk doelend op diegene die hen verraden had (zijn nonkel ?).

De executie werd volgens Maurice Laekeman voltrokken door 24 Uhlanen. Sophie Laget daarentegen beweert dat slechts 2 keer 4 Duitsers naar voren moesten treden. De waarheid zal, zoals ge­woonlijk, wel ergens in het midden liggen. In het frontblaadje Onze Temschenaars, onder redactie van Octaaf Bulterys en Clemens de Landtsheer, is trouwens sprake van een peloton van 10 man. (22)

Het was exact 4 minuten vóór 9 uur toen de schoten vielen (zo blijkt uit de pas in 1919 opgemaakte overlijdensakte).

Volgens Frans Lefebure werd het executiepeloton geronseld onder de Duitsers die te Elversele logeerden. Verscheidene Elversele­naren, o.m. Frans' vader, gaven hun logeerders de raad zich niet te melden aangezien ze zich dan onsympathiek zouden maken bij de plaatselijke bevolking.

Nadat de executie voltrokken was, gingen de Duitsers weg zonder nog naar de lijken om te kijken. Dat was de verantwoordelijkheid van champetter Albert van Vlierberghe en hulpchampetter Cesar de Loose.

Het waren jongens van ter plaatse, o.m. Achiel Teirbrood (1895­1975), Petrus Boel (1894-1982) en Jozef Bogaert ("Jef Kamiel"), die de kisten met elsklippers naar de Legen Heirweg droegen.

Daar werden ze op een platte boerenkar geplaatst en naar het kerk­hof van Elversele gereden. Het bloedspoor kon heel de weg gevolgd worden.

Dezelfde dag nog kwam de moeder van Medard haar zoon afleggen in het dodenhuisje van Elversele.

Beide geëxecuteerden werden in hun respectieve parochies begra­ven : Medard te Tielrode, De Kerf te Temse.

In de canada's waaraan ze waren gestorven werden, kort na de exe­cutie, kruisen gesneden door onbekenden. Die kruisen zijn daar jarenlang te zien geweest.

De dag van de executie, 9 januari 1917, publiceerden de Duitsers een 2-talige affiche (Duits-Nederlands) waarin het vonnis en de voltrekking ervan werden bekendgemaakt. (23)

De Duitsers lieten anderzijds niet toe dat er een overlijdensakte werd opgemaakt voor de 2 onfortuinlijke smokkelaars. Dit leverde enkele jaren later problemen op voor De Kerfs weduwe. Zij wou hertrouwen met Jozef Penneman uit Temse (°Tielrode 29.04.1883), doch wettelijk gezien was zij nog steeds getrouwd met Jozef de Kerf.

Dit werd rechtgezet bij vonnis (toen nog in het Frans) van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde d.d. 01.03.1919. Be­doeld vonnis werd op 25 maart 1919 woordelijk overgeschreven in de overlijdensakten van de gemeente Elversele (akte nr. 3). (24)

Het was uiteindelijk pas op 22 juli 1920 dat Irma van Remoortere hertrouwde met mandenmaker Jozef Penneman. Uit dit 2de huwelijk werden nogmaals 4 kinderen geboren, waarvan weerom 3 jong gestor­ven. Enkel Oscar, een halfbroer dus van Maria de Kerf, overleef­de (°Temse, 05.09.1921).Jozef Penneman overleed op 04.11.1948, 65 jaar oud.

Irma van Remoortere, reeds 2 maal weduwe, zou ca. 1959 nog een 3de maal in het huwelijk treden met een Temsenaar die in Boechout woonde. Het was toen dat ze alle herinneringen aan haar eerste echtgenoot verbrandde. Ze overleed in maart 1964, 70 jaar oud.

Ook het overlijden van Medard Adriaenssens diende bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde te worden vastge­steld. Dit vonnis dateert van 26.07.1919. Het werd overgenomen in de overlijdensakten van de gemeente Elversele van het lopende jaar op 18.09.1919 (akte nr. 22). (25)


20) Pater Richardus Degreef werd geboren te Sint-Truiden op 1 juni 1875. Op 23 september 1892, amper 17 jaar oud, trad hij in bij de Franciscanen. Hij werd priester gewijd op 27 mei 1899.  Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij gardiaan (overste) van het Minderbroedersklooster te Lokeren. Later werd hij, in zijn functie van gardiaan, overgeplaatst naar Sint-Niklaas. Hij overleed te Sint-Truiden op 4 maart 1929.

21) Pater Amandus Hardy zag het levenslicht op 25 juni 1857 te Aalter. Hij werd priester gewijd te Gent op 29 augustus 1880. Op 29 april 1885 werd hij geprofest bij de Minderbroeders van Tielt. In latere jaren was hij o.m. gardiaan van verscheidene franciscanenkloosters. Hij overleed te Lokeren op 17 mei 1929.

22) Zie daarvoor : Onze Temschenaars, nr. 1 (Cherbourg, februari­maart 1917), p. 2.

Er dient hier onmiddellijk aan toegevoegd dat wat in Onze Tem­schenaars aangaande de moord en de executie die daarop volgde gepubliceerd werd, weinig nauwkeurig is. Hoogstwaarschijnlijk betreft het hier nieuwtjes die De Landtsheer, vanuit Cherbourg in Frankrijk, slechts via heel wat omwegen te weten kwam

"In de maand Januari 11. wilden twee mannen van Temsche naar het etappengebied. Een Duitsch schildwacht wilde hen weerhouden; een gevecht ontstond en de soldaat werd gedood. Patrouiles werden hun achterna gezonden en namen ze gevangen. De mannen werden aan een boom gebonden en door een peloton van 10 man doodgeschoten. Dit vonnis werd achter 't kerkhof voltrokken. Wel 500 inwoners zijn de lijken komen groeten. Volgens 't schijnt is het een zeke­ren "den Daf" en zijn makker."

(Onze Temschenaars, nr. 1 (Cherbourg, februari-maart 1917), p. 2)

"In ons nr 1 spraken we van twee broeders, waaronder een zekeren "den Daf" zou zijn, die naar Holland wilden vluchten, een Duitsch schildwacht doodden en aangehouden werden. Ziehier volgens "Ons Vlaanderen" meldt, op welke tragische wijze onze twee arme mede­burgers den dood vonden : Beide mannen werden in een open auto naar Temsche gebracht, waar ze de doodstraf zouden ondergaan. Elk zat bij zijne doodskist en zoo werden beide mannen door de straten der gemeente gevoerd. Een van de jongens weende luid, de andere wuifde met zijn zakdoek. Op de plaats waar zij de doodstraf zouden ondergaan vroeg de jongste, pas 21 jaar oud, de toelating nog een woord aan zijn makker te mogen toesturen. Dit werd toege­staan : Kamaraad, sprak hij op vasten toon, schep moed wij hebben onzen plicht gedaan ! - Daarop werden ze geblinddoekt en doodge­schoten. - Naar wij vernemen zou de tweede gefusilleerde burger

Ferdinand De Buyser zijn. Arme jongens !"

(Onze Temschenaars, nr. 2 (Cherbourg, april 1917), p. 4)

23)  
De tekst van deze tweetalige affiche d.d. 9.1.1917 luidt, in hut Nederlands, als volgt

"1. Bij vonnis van het veldgerecht der Etappenkommandantur 11 Garde van 25. November 1916, bekrachtigd op den 1. December 1916 zijn,

de handelaar Medard Adriaenssens van Tielrode,en de wever Josef De Cerf van Temsche,
wegens gemeenschappelijken moord op eenen zich in dienst bevindende sol­daat
ter dood
veroordeeld, en heden op de plaats der misdaad te Elverzele doodgeschoten geworden.

2. De scheepsarbeider Edmond Adriaenssens van Tielrode is door hetzelfde vonnis wegens medeplichtigheid aan de moord tot 3 jaren tuchthuisstraf veroordeeld geworden.

Lokeren, 9. Januari 1917. (get.) v. d. Knesebeck,

Oberstleutnant u. Etappen­kommandant."

(Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas verzameling Aanplakbiljetten Wereldoorlog I, indexnummer 191715)

24)  
Overlijdensakten van de gemeente Elversele : 1919 nr. 3

"Nous Albert, roi des Belges, A tous présents et à venir faisons savoir : Le Tribunal de première instance séant à Termonde, première chambre, a rendu sur requête le jugement suivant : A Messieurs les Présidents et Juges du Tribunal de première Instance de Termonde; - Le Procureur du Roi de l'arrondissement de Termonde a l'honneur de vous exposer : Que le nommé De Kerf Joseph époux de Van Remoortere Irma est décédé à Elversele, le neuf Janvier 1900 et dix-sept à huit heures cinquante six minutes du matin (heure de l'Europe Centrale); - Que le fait de ce décès est établi à suffisance par les pièces join­tes à la requête; - Que l'acte de décès du prénommé n'a pas été in­scrit dans les régistres de l'Etat-Civil de la Commune d'Elversele; -

Que Van Remoortere Irma, veuve de De Kerf Joseph, se propose de se remarier; - Qu'elle est indigente; - C'est pourquoi il requiert, vu l'article 7 de la loi du 16 Aout 1887, qu'il plaise au Tribunal dé­clarer qu'est décédé à Elversele le neuf Janvier 1900 dix-sept à huit heures cinquante six minutes (Heure Europe-Centrale), le nommé De Kerf Joseph fils de David et de Meirleir Elisa, son épouse, né à Tamise le dix-huit Décembre 1800 nonante, époux de Van Remoortere Irma; - et que le jugement à intervenir tien­dra bien d'acte de décès ordonner que ce jugement sera transcrit aux regietres de l'Etat-Civil à Elversele de l'année courante et que mention en sera faire au registre des actes de décès de l'année 1900 dix-sept, en marge de l'endroit ou l'acte (inscrit) lisez : aurait du être inscrit - Fait au Parquet à Termonde le vingt-six février 1900 dix-neuf. Le Procureur du Roi, /signé/ Schramme. Nous président du Tribunal de première instance séant à Termonde, commettons Monsieur le Juge Langerock pour faire rapport. Termonde le vingt-huit février 1900 dix-neuf /signé/ A. Van der Linden. - Le Tribunal de première Instance séant à Termonde; Vu la requête présentée d'office par Monsieur le Pro­cureur du Roi près de ce siège; - Vu les pièces y annexées; - Oui Monsieur le Juge Langerock; Attendu qu'il est établi par les pièces produites que le nommé De Kerf Joseph époux de Van Remoortere Irma, est décédé à Elversele, le neuf Jan vier 1900 dix-sept à huit heures cinquante six minutes du matin (heure de l'Europe centrale). - Constaté que le susnommé De Kerf Jo­seph époux de Van Remoortere Irma est décédé à Elversele le neuf Janvier 1900 dix-sept à huit heures cinquante six minutes du matin (heure de l'Europe centrale); - Ordonne que le présent jugement sera transcrit sur les registres des décès de l'année courante de la commune de Elversele et que mention en sera faite en marge de la place que l'acte eut été regulièrement inscrit. - Ainsi fait et prononcé à l'audience publique de la première chambre du premier Mars 1900 dix-neuf, ou étaient pré­sents Messieurs Van der Linden, Président Langerock et Geerinckx,

Juges, Van Winckel, juge suppléant délégué comme juge f.f. de Procureur du Roi à défaut de ce magistrat et de ses Substituts tout légalement empêchés; Vandermeeren greffier-adjoint surnumé­raire /signé/ A. Van der Linden. Paul Vandermeeren. - Mandons et ordonnans à tous huissiers à ce requis, de mettre le pré­sent jugement à exécution. A nos Procureurs généraux et à nos Procureurs près les Tribunaux de première Instance d'y tenir la main et à tous commandants et officiers de la force publique d'y prêter main-forte lorsqu'ils en seront légalement requis. En foi de quoi le présent Jugement a été signé et scellé du sceau du Tribunal. Pour première Grosse conforme délivrée à Monsieur Ie Procureur du Roi. Le greffier /signé/ Paul van der Meeren. - Ingeschreven overeenkomstig het artikel een honderd een van het Burgerlijk Wetboek door ons schepene afgevaardigde ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Elversele, den vijf en twintigsten Maart negentien honderd en negentien en die mits deze ook goedkeurt de doorhaling van zes en vijftig woorden in bovenstaanden akt

(handt. A. Vermeire)"

N.B. De schrapping van 56 woorden betreft de voorgedrukte tekst van de 4 akten die men nodig had om dit vonnis in te schrijven.

25)  Overlijdensakten van de gemeente Elversele : 1919 nr. 22, de tekst is, op de namen na, analoog met die van het vonnis betreffende Jozef de Kerf.


Commentaren

We hebben met aandacht de geschiedenis van onze grootvader, resp. overgrootvader (Jozef de Kerf) gelezen.
De gebeurtenissen waren ons uiteraard bekend aangezien zij door de dochter van Jozef (Maria,ons moeder en grootmoeder) en door zijn echtgenote (Irma , ons grootmoeder en overgrootmoeder) meermaals verteld zijn.
Vriendelijke groeten,
Miel en Martine Colman

Gepost door: Martine Colman | 30-01-13

De commentaren zijn gesloten.