31-01-08

Memoires van de oorlog 1914-1918(Deel III)

25e augustus 1914 - 1e uitval vanuit de stelling Antwerpen

Het eerste bataillon van het 25e linie gaat vooraan naar Haecht, rust in het dorp, in afwachting van ver­dere orders.

De Duitsers bezetten het station, de omliggende huizen en de grote melkerij (nu brouwerij). Het station en de omstaande huizen werden stormenderhand ingenomen en de Duitsers trokken zich terug op meer achter­waartse stellingen. Op zeker ogenblik werd een grote hoeve in brand gestoken, waarin de Duitsers die er in verscholen zaten geroosterd werden. Dit was het sein voor de Duitsers om de tegenaanval in te zetten.

Door de overmacht van de Duitsers moest het 25e linieregiment wijken en zich terugtrekken op Tremelo. Beersel- Putte. Koningshooikt naar Lier.

De 27e en 28e werden we terug te Lier gekantonneerd.

Van 30 augustus tot 4 september moest de kompagnie verdedigingswerken uitvoeren te Schilde en Oelegem.

Op 9 september - 2e uitval naar Werchter-Putkapel

Om 15 uur werden we per trein, van Bouchout naar Heist-op-den-Berg vervoerd. Van daar te voet naar Keerbergen, Tremelo naar Werchter. Vernoemde dor­pen waren totaal verwoest. Te Tremelo waren alle huizen, zelfs afgezonderde varkenskoten, uitgebrand door de Duitsers, uitgezonderd de huizen waarop de deur met krijt geschreven was (Gute leute), ellendig om te aanschouwen!

De Duitsers hadden zich terug­getrokken tot over de Demer te Werchter, doch al­vorens zich verder naar Leuven terug te trekken had­den de Duitsers de steunbalken van de brug over de Demer grotendeels doorgezaagd, omdat bij het eerste zwaar gewicht dat over de brug zou komen, met de brug in het water zou storten. We moesten dus halte houden tot de Geniesoldaten de brug zouden hersteld hebben om ze berijbaar te maken. Het oponthoud daardoor duurde nogal geruime tijd, en het toeval wilde dat juist vóór de brug de grote brouwerij Jack-Op gevestigd was.

Alvorens aldaar te vertrekken hadden de Duitsers al de kranen van de grote bewaarvaten (pikardijnen) van het bier opengedraaid, zodat de kelder waarin de vaten stonden, volgelopen waren tot aan de bovenste keldertrappen. Van op die bovenste trappen kon men, naar beliefte Jack-Op scheppen. De soldaten lieten die gelegenheid niet voorbijgaan en er werd gedron­ken met gulzige teugen ; geen wonder want het was die dag zeer warm.


 

BrouwerijJackop


 

 De voormalige brouwerij (De Palmboom) Jack-op te Werchter
Foto:
http://vandersloten.be/media/Gebouwen/BrouwerijJacob.html


 

Ik lag aan het einde van de kompagnie te rusten, tot ik in de gaten kreeg dat soldaten af en toe zich ver­wijderden om daarna dronken terug te komen. Ik ondervroeg een van die dronken soldaten die mij al raaskallend vertelde wat er aan de brug gebeurde. Ik sprong recht, liep naar de brug en zag wat aldaar gaande was. Onmiddellijk begaf ik mij bij de kom­mandant van de kompagnie en vroeg hem dringend een schildwacht aan de keldertrappen te mogen plaatsen. om te beletten dat de zatte partij niet verder zou doorgaan, want wat doet men met zatte soldaten in een gevecht? Mijn verzoek werd onmiddellijk inge­willigd, en wanneer ik na een 15 tal minuten terug op mijn rustplaats kwam, moest ik constateren dat tij­dens mijn korte afwezigheid, men in de kelder van het huis waar ik reeds tevoren geruime tijd gerust had. binnengebroken had en in de wijnkelder terecht gekomen was. Ik schoot in een franse collere naar die wijnkelder en zag dat honderden gebroken wijnflessen over de vloer verspreid lagen en er nog tientallen halfvol op een tafel stonden ; de Duitsers hadden er een wijnavond gehouden.

Onmiddellijk riep ik mijn manschappen bij mij en ver­bood hun nog in de kelder te komen zonder mijn toe­stemming. Op het herhaaldelijk verzoek van de soldaten om toch nog een fles te mogen halen, aange­zien misschien enkele dagen daarna ze toch terug in handen van de Duitsers zouden vallen, gaf ik toelating om op beurt één fles wijn te halen om onmiddellijk uit te drinken, om hun dorst te lessen, en één om er hun veldfles mede te vullen, als reserve tijdens de marche, want men moest nog naar Rotselaar.

De Duitsers hadden zich teruggetrokken tot achter de Dijle.

30-01-08

Memoires van de oorlog 1914-1918(Deel II)


Inmiddels was het 25e linieregiment samengesteld met als kolonel Cuvelier;majoor Tielemans en voor de vierde kompagnie kapitein-commandant Hutsebaut en luitenant Lalmand. Te Kontich  werd mijn kompagnie onder het bevel van kapitein-commandant Hutsebaut gesteld en ik was bevelhebber af.


Cuvelier



Kolonel Cuvelier



Foto: http://users.pandora.be/ABL1914/



Nadat kommandant Hutsebaut de kompagnie haar kader had aangepast en we vertrekkens gereed stonden, werd het bericht doorgegeven dat België in oorlog was met Duitsland. Luitenant Lalemand bracht dit ter kennis van de soldaten, en omdat hij dit in gebroken nederlands deed (hij was een jonge waal) schoten de mannen in een lachbui dat de luitenant zich zó kwaad (verbolgen) maakte dat ik er tussen moest komen om die piepjonge luitenant tot bedaren te brengen en hem de reden zegde waarom ze lachten.

Nu we geankadreerd waren konden we onze eerste etappe aanvangen. Het ging van Kontich over Mechelen, Leuven tot Korbeek-Lo. Er zijn tijdens die eerste zeer lange etappe, in een verschrikkelijke hitte, gepakt en gezakt, en de zware kapoot om het lijf, velen onderweg neergezegen, maar geen enkele van onze kompagnie omdat ze voorzien waren van een volle veldfles koude koffie.

Te Korbeek-Lo kregen we enkele uren rust en voldoende eten, maar 's anderendaags moest toch een paar uren instruktie gegeven, vooral aan de anciens van de oudste klassen, daar de bewegingen in gesloten rangen gewijzigd waren. Op de derde augustus, nog vóór de oorlogsverklaring, verongelukte mijn vriend Jos Boey, te Boirs. Boey was karabinier-cyclist en tijdens de nacht reed hij naast een kolonne veldgeschut, viel en kwam onder de wielen van een kanon terecht. Misschien wel het eerste slachtoffer van de oorlog?Hij werd naar Willebroek gebracht, zijn geboortedorp, en aldaar begraven.

 


 cyclisten

De Eerste Compagnie carabiniers-cyclisten in 1914. In het midden commandant Van Damme, die sneuvelt in Halen aan het begin van de oorlog.
Foto archief GVA.


Wanneer de slag aan de Gete woedde, werd het 25e linieregiment, dat de tweede linie bezette, bevolen loopgrachten te maken ter hoogte van Pellenberg. Wanneer het dorp Halen ingenomen werd door de Duitsers en het Getefront doorbroken, werd de 5e brigade naar de steenweg op Aarschot naar Leuven verplaatst, als versterking van de troepen die de slag van Aarschot uitvochten. Ter hoogte van Rillaar namen we stelling aldaar, en hadden we ons eerste treffen met de vijand. Na enkele uren strijd moesten we wijken en trokken achteruit tot Keerbergen alwaar we de nacht in open lucht (bivak) op een open plek tussen pijnboombossen, doorbrachten.

Op 20 augustus, ná de slag van Aarschot, werd de brigade teruggetrokken binnen de versterkte stelling van Antwerpen. Te Lier, naast het kerkhof, op de steenweg naar Duffel, werd de kompagnie gekantonneerd.    

   

29-01-08

Memoires van de oorlog 1914-1918(Deel I)

De Willebroekenaar, korporaal Frans Amelinckx, nam mede het initiatief om het frontblaadje "Willebroeck aan 't front" te stichten. De bedoeling was het thuisfront in te lichten over het lot en belevenissen van de Willebroekenaars.  Hij beschreef er zijn wedervaren tijdens WOI tot in de kleinste details. Niet enkel de oorlogsgruwel komt aan bod maar ook de zeldzame "plezierige" momenten die hij beleefde met zijn strijdmakkers. Het is een boeiend verhaal geworden dat het frontleven van onze Belgische jongens op een unieke wijze weergeeft. Het verhaal zal hier in diverse afleveringen gepubliceerd worden. Frans Amelinckx kwam hier eerder reeds aan bod. Op volgende link kan je van hem enkele foto's vinden:  http://degrooteoorlog.skynetblogs.be/tag/1/Bulskamp


1 augustus 1914, algemene mobilisatie. Al de reservetroepen van het leger tot de klasse 1899, werden onder de wapens geroepen.

Het regimentsdepot van het 5e linieregiment, waartoe ik behoorde, was te Schelle (St. Bernard), bij Hemiksem. Vóór 12 uur moest men zich in het depot melden om niet gestraft te worden voor telaatkoming.

Na de middag, zonder eerst te eten hebben gekregen, naar het depot om de plunjezak, waarin de nodige uitrustingsstukken zich bevonden, te halen en naar buiten brengen om op de weide in rijen te rangschikken. Iedere soldaat moest bij die zak blijven staan om verdere bevelen af te wachten.

Het toeval wilde dat de officier die het bevel voerde, de onderluitenant Van Dromme was, die mijn pelotonoverste was tijdens mijn normale dienst als militiaan. Vernoemde luitenant kreeg mij te pakken en zegde, korporaal Amelinckx  U zijt de oudste gegradeerde van deze kompagnie en U moet bijgevolg het bevel voeren over uwe kompagnie, die ongeveer uit zowat tweehonderd manschappen bestond.

Ik bezag de officier en vroeg lachend, luitenant U wilt toch niet met mij de spot drijven? Integendeel zegde de officier het is zeer ernstig wat ik U beveel en zal u de nodige uitleg geven wat de soldaten dient voorgehouden. Hij ging met mij enkele stappen zijwaarts en begon uit te leggen dat de soldaten het niet te plezierig moesten opnemen want dat de oorlog hard en lang zou kunnen duren.

Het zal geen eenvoudige bewaking van de landsgrenzen zijn zoals in 1870. Daarna zegde hij mij de soldaten aan te raden hun reglementaire uitrusting aan te trekken;vooral de legerschoenen te verwisselen met hun burgerschoenen, want daar zullen ze het eerst moeilijkheden van ondervinden. Wanneer ik die aanbeveling van de luitenant woordelijk aan de soldaten voorzegde, begonnen de meesten te lachten en zegde wat komt U ons vertellen!

Ik trok een ernstig gezicht en zegde op strengere toon, lacht maar, ik doe wat de luitenant gezegd heeft en ik hoop dat allen mijn voorbeeld zullen volgen. Enkelen, volgden mijn voorbeeld, maar de meeste behielden hun burgerschoenen aan de voeten. Ik maakte nog een laatste opmerking met te verklaren dat diegene die hun burgerschoenen binnen enkele weken zouden versleten zijn, niet moesten komen klagen over de sleet van hun schoenen want dat ik hun het verwijt naar het hoofd zou slingeren dat het hun eigen schuld was met naar goede raad en voorbeeld niet te luisteren.

Dezelfde avond werden we gekantonneerd in de schuur van het eerste huis over de spoorweg (halte Schelle) van Antwerpenuid naar Dendermonde. Het graan was maar enkele dagen tevoren binnengehaald en daarop moesten de soldaten slapen. Maar wat gesakker in de nacht omdat ze voortdurend bebeten werden door allerlei ongedierte, vooral van oorwormen en spinnen, en geen oog konden toedoen. Ik wist dat bij ondervindning, en daarom bleef ik liever in de keuken van de pachter zitten. Ik had trouwens andere zorgen om aan eten en drinken te geraken.

Bij het gesprek met de luitenant had ik ook gevraagd op welke manier er diende gehandeld om aan eten en drank te geraken voor de soldaten. De luitenant antwoordde: "vandaag moet ge uw plan trekken, maar morgen zult ge vlees en brood krijgen van het leger". En drank? Daarvoor moet ge ook uw plan trekken voor de enkele dagen dat ge hier te Schelle zult vertoeven. En voor de koffiebonen moet ge maar een opeisingsbon schrijven. Er stond niets anders te doen dan onmiddellijk een opeisingsbon maken voor 15 kilo's koffiebonen.

In de winkel waar ik de bon aanbood was men er niet gaarne bij omdat de voorraad koffie reeds grotendeels opgekocht werd door de amsterende bevolking. Ik was verplicht te dreigen met de politie om bediend te worden. Ik kreeg dus de koffiebonen, maar ongemalen. Noodgedwongen heb ik dan de koffiemolen van de bewoners van het huis in bruikleen moeten vragen, die mij spontaan gegeven werd. Nu kon ik beginnen met malen. De koffiemolen maalde zo fijn dat ik uren aaneen heb moeten malen om alles fijn te krijgen. Het was bijna morgen alvorens ik kon beginnen met koffie te zetten, daarbij geholpen door een oude kok. Het was misschien de enige kompagnie te Schelle waar de soldaten verse koffie konden drinken door eigen middelen bereid en voldoende om hun veldflessen te vullen, wat zeer van pas kwam tijdens de lange marche die moest afgelegd worden bij zulk warm weder.

Op 4 augustus kregen we bevel ons naar Kontich te begeven, langs de steenweg Schelle-Hemiksem-Kontich.

07-01-08

Holemans Albertus Maria Josephus

Student, geboren op donderdag 26 april 1894 te Boom (adjudant mil.1914/2de linie 7de cie.), woonachtig te Antwerpen, overleden op woensdag 18 september 1918 te Merkem om 5.20u in "freme d 'Italie" aan de gevolgen van een geweerkogel in de keel. Albertus overleed ongehuwd en werd begraven te Westvleteren, graf nr.707. Albertus vervoegde het leger op: 21 september 1914. Hij ontving het oorlogskruis. Albertus had een blonde haarkleur en was 1,78m. groot. Hij staat niet op het monument der gesneuvelden vermeld.
Hij was de zoon van de vrederechter van het kanton Boom, Joannes Norbertus(°ca.1845) en Georgette Joanna Van De Capelle (°ca.1859). Zij woonden bij de geboorte van Albertus op de Antwerpsesteenweg nr. 115.


1 oktober 1917
- bij C.I.S.L.A.I                              7 juli 1918- in hospitaal bon secours

16 februari 1918- vervoegt het 2de linieregiment     7 juli 1918- naar 7/2 linieregiment



holemans

holemans zerk

 


De laatste rustplaats van Albertus te Westvleteren (graf nr.707)

Hij ligt er begraven onder de naam Holemans Albert



 

04-01-08

Haems Franciscus

Werktuigkundige, geboren op zondag 16 juli 1893 te Boom (soldaat 2kl. mil. 1913/6de linie 3de cie.), woonachtig aldaar, overleden op maandag 20 mei 1918 De Panne om 1.45u in het veldhospitaal "l'ocean" aan de gevolgen van verwondingen met bomscherven in de buikstreek. Hij werd gekwetst te  Pervijze op 20 mei 1918. Franciscus was al overleden bij aankomst in het hospitaal. Hij werd begraven in De Panne op dinsdag 21 mei 1918 aldaar graf nr.D 128. Franciscus had kastanjebruin haar en was 1,56m. groot.
Hij had een litteken op de rug.

Franciscus was achtereenvolgens in dienst op :

1 oktober 1917- bij C.T.A.M.

8 oktober 1917- naar C.I.A.M te Dieppe

7 november 1917- terug bij linieregiment

Vervoegde het leger op: 15 september 1913

Franciscus was de zoon van Josephus Henricus(°Willebroek 1 januari 1872) en
Isabella Maria Paulina Clement(°Boom 3 juni 1872). Zij huwden te Boom op 23 mei 1893.
De pleegvader van Frans, Karel Lode Willems, woonachtig in de vrijheidshoek nr.52 kreeg een uitnodiging om de inhuldiging van het
monument der gesneuvelden op 14 oktober 1923 bij te wonen.



Haems Frans

Haems monument


Hij staat op het monument der gesneuvelden vermeld als Haems Frans


Haems zerk
Franciscus rust op de militaire begraafplaats van De Panne, graf nr. D 128

02-01-08

De eerste oorlogsslachtoffers te Boom

Tijdens het eerste bombardement op donderdag 1 oktober, trok meer dan de helft der Boomse bevolking naar Antwerpen, Holland en Engeland. Vele personen sliepen in de nacht van 1 tot 2 oktober te Reet en te Aartselaar. Wanneer op dinsdag 6 oktober de tijding van de bevelhebber van Puurs kwam dat Boom diende ontruimd te worden, ontstond er een tweede paniek, die de andere helft van Boom diezelfde nacht nog naar Antwerpen voortjoeg.

Tijdens de beschieting van Boom op 1 oktober werden vier personen gedood. De werkvrouw Justina Smets, huisvrouw van Edmond De Weerdt van Boom werd door een granaat gedood in het huis van Mr. Rypens, maalder. Twee anderen, inwoners van Willebroek, werden getroffen op de houten brug over de Rupel.

De vierde werd er dodelijk gekwetst. De achtste oktober dreven de eerste Duitsers(mariniers per fiets) de lieden, welke zij in de kom van Boom aantroffen, in de kerk, in het gemeentehuis, op het politiebureel, en de volgende dag joegen zij die lieden met de bajonet in de rug over de Boomse grenzen. Zo kregen de Duitse boeven de kans te plunderen en te stelen. Op een twintigtal plaatsen, vooral in afgelegen wijken, mochten oude en ziekelijke personen thuis blijven, en deze waren dan getuigen van de slemppartijen(1) der vandalen.


wintertuin

De wintertuin aan het huis van Camille Rypens waar op 1 oktober 1914 Justina Smets het leven liet na een granaatinslag. We bemerken haar Links achter de bloembakken.


 weduwevanenschodtbrug

De houten brug over de Rupel(Wed.Van Enschodtbrug)werd eveneens getroffen door een granaat. De brug verbond de gemeente Boom met Klein-Willebroek en werd meer dan 50 jaar geleden afgebroken. Zij speelde ook een belangrijke rol tijdens de bevrijding van Boom in de Tweede Wereldoorlog. Bomenaar Marc Van de Velde schreef hierover een boek "De Bruggen van Boom".
In de verte het witte huis waar Justina Smets het leven liet na de granaatinslag. (foto: postkaartenarchief gemeente Boom)


bominslag Rypensklein
Ter gelegenheid van mijn boek "Het kleine Boom in de Grote Oorlog" schilderde mijn vriend Rudi De Vos het huis waar de granaat insloeg.
 Hij schilderde het tafereel waarheidsgetrouw volgens aanwijzingen van de huidige bewoners die afstammen van de molenaar Rypens.  

(1) braspartijen

01-01-08

Bibliografie Eerste Wereldoorlog

Graag vestig ik even de aandacht op dit prachtige werk van Valentin Degrande 

NIEUW NASLAGWERK OVER DE EERSTE WERELDOORLOG

Geachte Heer, Mevrouw,

Zopas verscheen een nieuw naslagwerk over alle aspecten van de Eerste Wereldoorlog in West-Vlaanderen. Ik durf te stellen dat deze publicatie een ‘must' is voor alle onderzoekers en geïnteresseerden inzake WO I. In bijlagen vindt u alle informatie over inhoud, doel en opzet van dit boek.

   


         Bibliografie Eerste Wereldoorlog                                                                      


  • - aantal blz.: 277
  • - formaat: 18 x 25,5
  • - unieke foto's bij de trefwoorden
  • - meer dan 1800 referenties van artikels over de oorlog gerangschikt per trefwoord
  • - ieder artikel is kort samengevat met vermelding van data, feiten en personen
  • - uiterst toegankelijk voor de gebruiker via zes registers
  • - bijkomende vermeldingen i.v.m. mogelijke archief- en bibliografiegegevens, foto's, kaarten en noten

           INHOUD:

                  - Inleiding

                  - inhoudelijke aspecten en opbouw    

                    van de bibliografie

                  - bibliografisch corpus

                  - registers: trefwoorden, auteurs,    personen, plaatsnamen, tijdschriften en zaaknamen

Dit boek hoort thuis in de bibliotheek van elke onderzoeker en geïnteresseerde van de Eerste Wereldoorlog. Het vormt een onmisbare bron voor diegene die op zoek is naar nieuwe of bijkomende gegevens bij de studie van een of ander deelaspect van die ‘Grote Oorlog' die vooral in onze provincie onuitwisbare sporen heeft nagelaten.

U kunt dit bestellen via overschrijving op rekening 738-1220043-96 van de auteur Valentin Degrande.

PRIJS: 20 euro + 3 euro verzendingskosten

Valentin Degrande, Astridlaan 398, 8310 Assebroek

Tel: 050/ 36 32 95