23-04-08

Memoires van de oorlog 1914-1918(Deel XV)

Op 11 januari 1915 kreeg de 2e legerafdeling opdracht de sector van grenspaal 19 tot 25, aan de IJser te bezetten. Het regiment zou de ondersector van grenspaal 20 tot 25 bezetten.

Vóór deze stellingen was er een overstroomde strook weiland van ca. 1500 meter. In die sector was ook het oud fort "Knocke" en Olifantmolen, tot grenspaal 21, begrepen. Er waren aldaar nog weinig of geen loopgrachten gegraven op de IJserdijk, die aldaar ongeveer 5 meter breed was en waarop een kiezelpad, een soort jaagpad of trekpad om de schepen in de IJser door paarden te laten voortslepen.  Wij moesten onmiddellijk beginnen met in die kieselweg te graven, wat niet meeviel, en benden in de dijk werden de eerste degelijke onderstanden geplaatst. De Olifantmolen werd volledig afgebroken, alhoewel dit een zeer goede uitkijkpost was, maar anderzijds tot mikpunt voor de Duitsers diende.


knocke

Aan de teen van de dijk stonden enkele kleine vissershuisjes, en iets afgezonderd was er een soort villa gebouwd waarin de weduwe Tack, de vrouw van wijlen majoor Tack, woonde. Madame Tack was een vriendelijke vrouw en vooral de officieren waren er welkom. Dit was te begrijpen dat ze zich tot de officieren aangetrokken voelde, haar overleden man was toch ook majoor geweest. Al deze redenen inacht genomen besliste onze majoor er zijn intrek te nemen. Aan de woning paalde een grote tuin, waarin allerlei soorten fijne groenten en vruchten gekweekt werden. Madame Tack kon dus voor de heren officieren lekkere gerechten bereiden. Alleen moest ze naar het dorp van Nieuwkapelle, een ½ uur ver vanwaar ze woonde, om brood, vlees, en lekkernijen te kopen.

Om dit alles te vervoeren had ze een ezeltje (Janneke) die alles op zijn rug, madame Tack inbegrepen, ter plaatse bracht. Dit ezeltje, een lief en braaf beestje, was nochtans niet graag gezien door de soldaten, omdat dit beestje iedere morgen bij het krieken van de dag geweldig begon te balken, waardoor de piotten niet meer konden slapen, en iedere morgen dit zelfde gebalk. Dit balken had een voordeel, men hoefde geen hoornblazer aan te stellen om de mannen te wekken; Janneke deed dit regelmatig met brio. Tot slot van rekening werden we er aan gewend, zoals men aan alles gewend geraakte, zelfs aan het onzinnigste. Maar op zekere morgen hoorden wij Janneke niet balken en we dachten dat het beestje ziek geworden was of iets dergelijks; het was heel wat anders! Madame Tack was ook verwonderd geweest haar Janneke niet te hebben horen balken, ging naar de stal van Janneke kijken wat er gaande was, maar Janneke was weg en madame Tack kwam, met de armen in de hoogte, uit de stal en riep luidkeels, men heeft mijn Janneke gestolen! Inderdaad Janneke was gestolen door de mannen van het 6e linieregiment, die naast ons lagen en in de nacht Janneke hadden meegenomen.

 

De commentaren zijn gesloten.