18-08-09

Memoires van de oorlog 1914-1918(Deel XVII)

Aankomst van de rekruten (schachten) op het front

Men had ons reeds lang beloofd dat versterking aan manschappen zou komen, door de rekruten van de klas 1914. Eindelijk, op 22 februari 1915 waren ze aangekomen terwijl onze kompagnie in eerste lijn aan de knokkebrug de wacht optrok.
In de nacht van 22 op 23 februari keerde onze kompagnie uit de frontlinie naar het kantonnement te Pollinkhove, terug.


knokkebrug

Knokkebrug (foto: Marc Ryckaert)


Ons kantonnement was in de school, die verdeeld was in twee klaslokalen; in de ene sliepen de toegekomen schachten en de andere
was voor de anciens bestemd. In volle nacht kwamen we te Pollinkhove in ons logement toe.

Om acht uur 's morgens kwam één der piotten, die op het w.c. een dringende behoefte was gaan doen, binnen gestormd al roepende "De Keunink is daar"!
En inderdaad Koning Albert was de rekruten aan 't inspecteren in de klas naast de onze.

Bij het horen van die uitroep sprong ik recht gevolgd van mijn vriend Rik; 't was om de plaat te poetsen, maar op de koer (speelplaats) werden wij in ons vlucht gestuit, daar de koning reeds uit de klas kwam en op de koer verscheen. Wij moesten halte en front maken en de Koning kwam recht op ons af en vroeg aan de Rik "Avez-vous des bon souliers"? Hebt gij goede schoenen? De Rik antwoordde niet onmiddellijk
en trok daarbij nog een aardige snuit. De Rik uit zijn lood geslagen aarzelde enkele ogenblikken om te antwoorden, tot hij opeens uit volle borst zei: ja, mijne Konink. Ik die er naast stond kon moeilijk mijn lach bedwingen, daar die uitlating niet strookte met de militaire gewoonte; temeer de Rik had geen schoenen aan, want hij stond met een paar grote kapblokken aan de voeten. De Koning schudde het hoofd, bezag mij, knipoogde en ging de klas van de anciens binnen.

Wat de Jules aldaar met de Koning medemaakte vertel ik liever niet.

Na de IJserslag die tot 20 oktober zou duren, maar vooral in de winter van 1917, hebben de soldaten naar ziel en lichaam ontzaglijk veel geleden. Sommigen waren erg ontmoedigd en vaak de wanhoop nabij omdat ze geen nieuws ontvingen, noch van huis, noch van vrienden, die in andere legerafdelingen waren ingedeeld. Nu en dan kwam er wel een gesmokkelde brief in hun handen. Hier past het hulde
te brengen aan de moedige "Stavine" die op gevaar af door de Duitsers gearresteerd te worden, brieven over de Hollandse grens smokkelde
voor de soldaten. 

14-08-09

Capelle Cyriel

Onderstaande info werd ingezonden door Martin Capelle uit Kortemark:

Mijn grootvader heeft eveneens gevochten tijdens WO I.
Dit was echter van korte duur, hij is krijgsgevangen genomen geweest op 08/08/1914 in Luik. Hij was soldaat bij het 3de regiment artillerie 2de groep 41ste batterij bij zijn gevangenneming. Dit volgens zijn schrijven in 1933 naar de Nationale strijdersbond.Volgens een schrijven van ene Kolonel Colot in mei 1934 zou hij behoord hebben tot 47 batterie montée, 14 brigade mixte.
 


Mil paspoort Cyriel

12-08-09

Memoires van de oorlog 1914-1918(Deel XVI)

'Sanderendaags moesten we van sector veranderen en de piotten van het 6e linieregiment die nog geen trekdier hadden om voor hun keukenkar te spannen, stolen Janneke om als trekdier te gebruiken bij het vervoeren van hun keukengerij.

Madame tack bleef niet bij de pakken zitten en slecht gehumeurd trok ze de baan op om haar Janneke te zoeken. Ook diende ze klacht in bij de officieren die haar beloofde haar ezeltje te helpen zoeken. Daar men vermoedde dat het de piotten van het 6e linieregiment waren, lichtte de officier die bij Madame tack ingekwartierd was, deze in waar de kompagnie van het 6e linieregiment, die in de zaak betrokken was, zich ergens moest bevinden. Verschillende uren heeft Madame Tack gezocht tot ze eindelijk van verre ene kompagnie soldaten, met de keuken achteraan waar Janneke voorgespannen was, zag aankomen. 

Ze zette zich schrab over de weg, greep Janneke bij de teugel, omarmde hem en Janneke begon luidop te balken van blijdschap. De piotten(koks) zagen dat ze verraden waren en beproefde een uiterste middel door madame Tack uit te schelden voor oude toverheks en noem maar op, maar madame was van geen klein gerucht vervaard en begaf zich onmiddellijk bij de kommandant van de kompagnie, die aan het hoofd van de kompagnie marcheerde, en begon hem de schelmerijen De koks beweerden dat ze het ezeltje  opgepikt hadden en niet wisten aan wie dit toebehoorde. De kommandant was niet gediend met hun valse uitleg en gaf bevel het ezeltje dadelijk uit te spannen en aan Madame tack terug te geven.

Madame Tack nam haar "Jeanne" bij de teugel, dankte de kommandant, wipte zich schrijlinks op de rug van Janneke en trok naar huis, de piotten nawuivend en roepend salut ezeldieven. De ezeldieven werden door de kommandant met acht dagenn cachot, zonder soldij, bedacht. Voorwaar, dit was een goede les voor de anderen. Deze die cachot kregen vloekten geweldig op die oude toverheks die hun te slim af was geweest. Dit cachot was achter de Ijser maar een formaliteit, maar geen soldij, dat was het ergste dat hun kon overkomen.

Madame Tack werd te Nieuwkapelle geboren op 11 oktober 1836 en stierf te Brussel op 23 september 1927. Om madame Tack te belonen voor bewezen diensten werd ze tot Ridder in de Leopoldorde verheven.

Wanneer Madame Tack terug thuis kwam met Janneke werd deze onmiddellijk met een amazone-zadel gezadeld en weg was ze naar het dorp om haar inkopen te doen. Ook waren daar nog een paar huisjes van keuterboerkens die gebleven waren. Eén van de dochters van een keuterboerke, rosse Marie, kwam dagelijks met de melk van hun koeien venten, en de piotten kochten graag die melk om chocoladekoffie of pudding te maken. het was een uitzonderlijke gelegenheid dit in de loopgrachten zelf te kunnen maken.


Over mevrouw tack vond ik op http://www.wo1.be/ned/evenementen/erbij/2007/Maart/Diksmuide3003/body1.htm
onderstaande info. Het gaat hier duidelijk over dezelfde madame Tack. De ezel zou volgens deze bron echter naar de naam"Paula" hebben geluisterd ipv Janneke

Chris Vandewalle, stadsarchivaris van Diksmuide, schetste het boeiende verhaal van Madame Marie-Thérèse Faverger-Tack en haar ezelin Paula: "Mevrouw Tack werd geboren in 1836 en was het 2e kind in een gezin van 11 kinderen. De familie behoorde tot de sociale toplaag in Nieuwkapelle en Woumen. De kinderen kregen zeer behoorlijk lager, secundair en enkelen ook universitair onderwijs. Madame Tack huwde in 1859 met Frans Faverger te Veurne. Na het overlijden van haar man werd de Villa Mariette opgetrokken aan de oevers van de IJzer."

Hij vervolgde: "Mevrouw Tack was 78 jaar oud toen in 1914 de oorlog uitbrak. Vanuit haar verblijfplaats in Brussel vluchtte ze naar Nieuwkapelle. De soldaten stonden letterlijk opgesteld in haar voortuin. Ze weigerde haar woning te verlaten. De villa was een toevlucht voor vele soldaten. Over haar ezelin Paula zijn er nog veel onbeantwoorde vragen. Mevrouw Tack zat meestal op de rug van het dier. Alle soldaten kenden haar en Paula. Toen Paula plots verdwenen was, werden van officiële zijde zelfs onderzoeken bevolen. Toen het in het voorjaar van 1917 te gevaarlijk werd, verhuisde ze naar De Panne. Mevrouw Tack stierf in 1927 in Brussel en ze werd met militaire eer begraven in Nieuwkapelle."