02-12-09

Pater Jan Cortebeeck

Met dank aan Guy Cortebeeck die hierover eveneens een boek heeft geschreven. Onderstaande tekst is een fragment uit het boek. Jan Boey van GVA schreef hierover een artikel.

Reeds meer dan duizend mensen hebben aandachtig naar de uiteenzettingen van Guy komen luisteren.

Wie interesse heeft voor het boek kan Guy bereiken op volgend adres:

guy.cortebeeck@skynet.be

 

 


 

1 Een missionaris in “De Groote Oorlog” 1914-1918

1.1 Een volk en familie Cortebeeck op de vlucht

Bij het uitbreken van de eerste Wereldoorlog, was pater Jan als propagandist en professor werkzaam, in en vanuit het MSC-klooster in Tilburg.
Ondanks de neutraliteit, werd België door de Duitsers “misbruikt” om in enkele dagen trachten door te steken naar Frankrijk. De geschiedenis zal leren dat het enigszins anders is gelopen en dat zij nooit in hun opzet zouden slagen, mede door de inzet van het Belgische leger, dat de Duitsers vier jaar lang kon tegenhouden aan de ondergelopen IJzervlakte. Deze “inundatie” gebeurde onder leiding van Koning Albert I, die zich steeds vlak achter het front bevond (meestal in De Panne), en aktief het verloop van de oorlog volgde.
De geallieerden zouden hem daarin helpen.

Maar de Duitsers joegen, bij de aanvang van de oorlog, de Belgen de stuipen op het lijf, en velen gingen op de vlucht. Zo trokken één miljoen vluchtelingen richting Nederland. Daar werd men opgevangen, volgens “hun opleiding en levensniveau” in Vlaanderenland. Dit betekende dat de meesten in voorlopige vluchtelingenkampen terecht kwamen.Vrij vlug trokken 800.000 Vlamingen terug huiswaarts. De rest verbleef de hele oorlog in Nederland, dat de vluchtelingen liever kwijt dan rijk was.

Celine Verest (dochter van Frans Verest en Maria Cortebeeck) kent het vluchtverhaal van de familie Cortebeeck als geen ander. Hierna nemen wij haar verhaal over.

“Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was de familie Cortebeeck gevlucht uit Tisselt, tot in Willebroek, waar zij bij verre familie verbleven.
Celine Mertens (echtgenote van Louis Cortebeeck) was hoogzwanger en beviel ter plaatse. Maar de volgende nacht werd Willebroek gebombardeerd en was het huis waar ze verbleven ook geraakt. Francine was gered door haar wiegje, dat was omgevallen door de bombardementen. Ze was wel gekwetst door glasscherven in het gezicht en de oogjes. Moeder Celine liep zelfs een dubbele schedelbreuk op. Moeder en kind werden, in moeilijke omstandigheden, overgebracht naar een kliniek in Antwerpen, en bleven daar voor verzorging. Vader Louis bleef met de kleine Josephine (Fientje) in de buurt van het thuisfront.
Grootvader Mon (weduwnaar van 1913) trok met zijn zoons Frans en Jef, broers van Louis, en diens twee oudste kinderen Mon en Mit richting Nederland, samen met o.a. de familie De Maeyer (“de Jefkes” van de Blaasveldstraat).
Ondertussen werd echter ook de kliniek in Antwerpen, waar Celine en Francine verbleven, gebombardeerd. Dus vluchtten zij weer, nu richting Deurne, naar een groottante van Louis (naam onbekend). Daar konden zij tot rust komen. Maar door gebrek aan verzorging zou Celine de rest van de jaren steeds geplaagd worden door zware hoofdpijnen. Met de familie van Deurne, bleef de familie “levenslang” in kontakt en zij bezochten mekaar regelmatig, zoals bij Tisselt kermis.”
Frans en Jef, met vader Mon en de twee kleinkinderen Mon en Mit, trokken intussen, op de vlucht voor het oorlogsgeweld, richting Nederland. In Minderhout was er een rustpunt bij een landbouwersgezin. Met die familie zou men later nog steeds kontakt houden. Maar de vlucht ging verder. Men moest over “den ijzeren draad”.


Den ijzeren draad was een ijzeren gordijn “avant la lettre”, bestaande uit een dubbele draadversperring met een elektrische gelijkstroomspanning van 2000 volt, dat gespannen was van Cadzand tot in Vaals in Limburg, over een lengte van180 km.Deze was opgezet om ongekontroleerde immigratie van jonge soldaten te voorkomen, evenals smokkel en spionage. Maar ondanks deze zware hindernis konden de verschillende aktiviteiten toch worden uitgevoerd. Het kostte wel 1500 slachtoffers. Twee gerestaureerde stukken van deze “dodendraad” staan opnieuw opgesteld en zijn te bezichtigen in Hamont-Achel en in Assenede.


1

 


Vervolgens trok de familie door naar Tilburg, waar pater Jan, wonende in het MSC-klooster van Tilburg, voor de nodige opvang zorgde.
Maar na een tijd bleek een relatieve rust te zijn weergekeerd in Vlaanderen, en trok de familie terug huiswaarts, richting Tisselt. Daar vonden zij hun gebombardeerde huis terug, zodat zij voor een tijd moesten intrekken in de boerderij van de familie “Jefkes”, verderop in de Blaasveldstraat (zie hoofdstuk I van dit boek). Vrij snel bouwde men de nieuwe boerderij en kon men het gewone leven terug hervatten.
De broer van Louis, pater Fons sr schreef vanuit zijn missie in Tanganaan in de Filippijnen het volgende in zijn brieven (enkele fragmenten):


2

 



1.2 Pater Jan en zijn eerste oorlogsaktiviteiten

 

In de eerste twee oorlogsjaren maakte pater Jan “gebruik” van zijn “soutane” om regelmatig over de zwaar bewaakte grens te trekken. Hij trotseerde de zware grensbewaking tussen België (neutraal land maar toch bezet) en Nederland (ook neutraal maar niet bezet gebied).
In de geschriften van MSC pater Joris Spanhove is het volgende te vinden: dat Jan Cortebeeck einde 1916, pater Henri Ruys ( MSC-Asse) ontmoette in Antwerpen. Nadien is Ruys in aanwezigheid van pater Jan Van den Lemmer, opgepakt met anti-Duitse sluikblaadjes zoals de “Vlaamse Wachter” en vooral de “Libre Belgique”, en werd Ruys vastgezet in de gevangenis in de Begijnenstraat te Antwerpen tot het einde van de oorlog op 11 november 1918. Ruys heeft zijn verhaal neergeschreven in het boek “in het hotel der Patriotten”, dat ook in de Gazet van Assche in delen is verschenen. Een lange zoektocht naar dit verhaal heeft niets opgebracht, noch het boek noch de Gazet van Assche van die periode is terug te vinden.


1.3 De vlucht van Jan sr

Jan Cortebeeck is niet opgepakt, maar is kunnen vluchten. Hij is via Vlissingen kunnen oversteken naar Folkestone Engeland. Wij hebben een schrijven van 20/12/1916 uit Folkestone waaruit blijkt dan Jan daar is geweest en militairen heeft ontmoet in het kader van zijn inlichtingenopdracht.
Zo is hij dan via Le Havre, naar Issoudun (Indre) getrokken. Daar is het hoofdklooster van de MSC, van Pater Chevalier, de stichter. Tevens bezitten wij een “doorgangsbewijs” gegeven op 24/11/1916 door le “Grand Quartier General des Armees de l’est – etat-major” om Pater Jan vrije doorgang te geven naar ISSOUDUN in Frankrijk.


3

 


4

 


In Issoudun heeft hij tot eind december enkele weken rust genomen, vermoedelijk om te bekomen van de emoties en om zich te bezinnen over zijn volgende engagement.


5

 


Het MSC-klooster van Issoudun.


1.4 Oorlogsaktiviteiten aan het front

 

Vervolgens is Jan als vrijwilliger “le 28/12/1916 engagé comme volontaire pour la durée de la
guerre” naar het front getrokken. Op zijn vuurkaart en andere officiële dokumenten die wij konden
kopiëren uit zijn legerdossier, lezen wij het volgende:”
Du 28/12/1916 au 29/01/1917 engagé comme”V.de guerre et passé au Camp d’Auvours
Du 30/01/1917 au 08/02/1917 passé à la C.A/6°D 17
Du 09/02/1917 au 15/06/1917 passé au 6 rég. de Génie 6°DA
Du 16/06/1917 au 30/12/1918 passé au 2° rég. a un qualité d’Aumonier
In andere dokumenten lezen we “Aumônier adjoint de 2°classe” vanaf 01/07/1917
Le 31/12/1918 “licencié sans solde”.


6

 


1.5 Het door Jan Cor tebeeck afgelegde parcours aan het front van de IJzer

 


Met dank aan Annick Vandenbilcke (wetenschappelijk medewerkster in “In Flanders Fields”) en Roger Verbeke (vrijwillige medewerker dokumentatiecentrum “In Flanders Fields” en gewezen topmilitair) voor hun bereidwillige medewerking in onze zoektocht naar de oorlogsaktiviteiten
van Jan sr.
Op 28/12/1916 begon voor Jan Cortebeeck het echte oorlogsverhaal aan het front. Na zijn vlucht vanuit Nederland over Folkestone trok hij naar Issoudun. Na een rustperiode trok hij naar Camp d’Auvours, waar hij zich aanmeldde als vrijwilliger. Priesters werden eerst opgeleid en ingezet als brancardier. Die opleiding genoot hij gedurende vier weken in het “Camp”. Brancardiers en Aalmoezeniers ressorteerden onder de troepen van de administratie, en niet onder het militaire personeel.


7

 


Op 29/01/1917 eindigde die opleiding en werd hij ingedeeld in de zesde legerdivisie genie en dit van 30/01/1917 tot 15/06/1917.
Hierna de plaatsen waar Jan sr zich bevond met deze zesde divisie:
30/01/1917-08/02/1917 Camp de Mailly
09/02/1917-03/05/1917 sektor Steenstrate – Sas van Boezinge
04/05/1917-15/06/1917 sektor Nieuwkapelle.
Op 21/05/1917 kreeg hij een evaluatie vanuit Hoogstaeden, waaruit blijkt dat hij korrekt en tot ieders tevredenheid zijn vrijwilligersopdracht als brancardier heeft vervuld. Wij vermoeden dat deze evaluatie past in het kader van zijn nakende benoeming tot adjunkt-aalmoezenier.

 

 


8

 


Hierna rekonstrueren we de bewegingen van de tweede legerdivisie aan het IJzerfront, zoals die effektief in 1917 en 1918 zijn uitgevoerd, en waar Jan sr deel van uitmaakte:
23/02/1917 – 30/06/1917 Sektor Diksmuide (=Kaaskerke) – Hoofdkwartier in Alveringem
01/07/1917 – 22/07/1917 Tweede linie, rust in De Panne
22/07/1917 – 14/11/1917 Aanvalssektor Kanaal van Handzame (Diksmuide)
Paal 19.4
14/11/1917 – 17/12/1917 Tweede linie, rust in De Panne – Adinkerke – Bray-Dunes
17/12/1917 – 03/01/1918 Sektor Ramskapelle – Pervijze – Dudzele - Stuivekeskerke
03/01/1918 – 17/04/1918 Sektor Ramskapelle – Pervijze
17/04/1918 – 10/05/1918 Zone Ramskapelle – Pervijze en Oud-Stuivekeskerke
10/05/1918 – 28/05/1918 Tweede linie, rust – Leisele – Roesbrugge
29/05/1918 – 20/06/1918 Zone Boezinge (zuidelijkste sektor)
20/06/1918 – 07/08/1918 Zone Boezinge – Brielen
08/08/1918 – 18/08/1918 Tweede linie, rust – Stavele (Alveringem)
19/08/1918 – tot bevrijding Zone Ramskapelle – Pervijze (voor eindoffensief)
Vanaf 31/12/1918 ging Jan Cortebeeck “in verlof zonder soldij”.

 

 


9

 


10

 


11

 


12

 


1.6 Eretekens

 

13

 


De bovenstaande foto is genomen in december 1918, op het einde van de oorlog. In de groepsfoto zien we o.a . Pater Caudron uit Mechelen, die Jan ook in zijn missie-opdracht steeds zal ontmoeten. In de uitvergroting van Jan sr zien we dat hij op zijn linkermouw vier frontstrepen draagt. In de militaire geschriften is hier veel onduidelijkheid over, en schrijft men over twee, drie en vier frontstrepen. Deze foto bevestigt de laatste stelling, die te vinden is in de dokumenten van de Oudstrijdersvereniging.
Tevens draagt hij links boven op zijn uniform een kleine streep van drie cm lang en één cm breed.
Dit is een “dagelijkse” vervanging van zijn eerste medaille. Dit was iets praktischer. De andere medailles zijn later toegekend, zoals we verder kunnen lezen.


Frontstrepen

Zoals boven na de foto aangegeven, had Jan vier frontstrepen, zoals men kan zien op de mouw, en bevestigd is in de dokumenten van de Strijdersbond, ondanks de vermelding op de rode vuurkaart van twee frontstrepen (zie volgende blz.). Maar in het militair dossier lezen we de volgende elementen:
“A obtenir deux chevrons de front par application de la loi du 25 août 1919. Ordre de division du 15 décembre 1922.”
In andere geschriften lezen we over drie frontstrepen
Eerste op 04/08/1915
Tweede op 04/02/1916
Derde op 04/08/1916
In dokumenten van de Nationale Strijdersbond schrijft met over 4 frontstrepen.

 

 


Vuurkaartmedaille

 

 


14

 


Dit is de rode vuurkaart, die elke deelnemer aan de oorlog kreeg. Daar stond het verhaal op van betrokkene, over zijn divisies waar hij bij ingedeeld was, en welke erkenningen betrokkene eventueel had verdiend. Maar zoals al aangegeven, zijn niet alle gegevens korrekt (aantal frontstrepen). Deze kaart was van belang voor allerlei vergoedingen en pensioen als oorlogsveteraan.


15

 


16

 


Overwinningsmedaille

 

 


17

 


Herinneringsmedaille


18

 


La Croix de Chevalier de l’ordre de la Légion d’Honneur


19

 


 

Op een officieel dokument van “Le Ministère de la Guerre” staat het volgende te lezen i.v.m. de overhandiging van “la Croix de Chevalier de l’ordre de la Légion d’Honneur à Monsieur CORTEBEECK“ Aumônier militaire belge:
“L’intéressé s’est occupé tres activement des services de renseignements avant de rejoindre l’Armée Belge, il était connu comme s’étant acquitté avec un tres grand dévouement de missions tres difficiles et que la service de renseignements a, en Décembre 1916 signalé que le Père Cortebeeck avait été un collaborateur tres efficace.”

Deze Franse erkenning, is de hoogste die men in Frankrijk kan verdienen.
Jan kreeg deze hoogstaande erkenning door volgend besluit:
“La décoration de Chevalier de la Légion d’honneur Française conférée le 20/9/1920 – N°25.431.”
Het is duidelijk dat de medaille en het bijgaande diploma overhandigd is geworden door Frankrijk, via
de Minister van Oorlog, langs de Hoofdaalmoezenier. Aan wie die dan is overhandigd, is niet duidelijk. Zeker niet aan Jan, want de toekenning is gebeurd als Jan al op weg was naar zijn eerste missiepost in Papoea Nieuw-Guinea.

Tot nu toe hebben wij in onze grondige zoektocht nog geen enkel spoor gevonden van al deze eretekens, ook niet in de MSC-kloosters.
Nadat we kontakt hadden opgenomen met de officiële instelling in Parijs, die de medailles van le Légion uitdeelt, kregen wij volgende mail:


20

 


Het is tot op vandaag nog onduidelijk welke aktiviteiten Jan Cortebeeck sr heeft ontwikkeld voor de inlichtingendiensten van de Geallieerden, en wat zijn bijdrage was in het kontakt met Pater Ruys, vlak voor diens aanhouding. Het is echter wel duidelijk dat, wat hij heeft ondernomen, niet paste in de Duitse strategie, En dat hij daarom de benen moest nemen om zijn eigen vel te redden. Gelukkig, want hij heeft nadien nog twee jaar belangrijke diensten kunnen verlenen aan het front op de IJzervlakte.


 

1.7 Pater Fons sr en zijn handgeschreven brieven

Fons sr, broer van Jan sr, was al sinds 1911 naar de Filippijnen op missie, en was gestationeerd in Taganaan. Ook hij had de pen, maar schreef op een heel andere manier dan Jan.
Hij stond aan de andere kant van de wereld en moest het meeste nieuws vernemen, via de brieven die hij kreeg van Jan, en de rest van de familie in Tisselt.
Maar de meeste korrespondentie had hij met de familie Van der Borght (verre familie) van de Cogelslei uit Berchem; zij waren ook grote “sponsors” van de twee paters senior.
Vele honderden brieven van Fons zijn gelukkig bewaard gebleven. In dit boek kunnen we daar uiteraard niet uitgebreid op ingaan. Een ander boek zal het leven en werk van Fons sr belichten.

Maar we geven vooraf het eerste blad en een omslag mee van een brief die door de oorlog vier jaar onderweg is geweest (in 1914 geschreven en in 1919 aangekomen). Zo zijn er nog in het familie-archief. Op de bijgaande omslag heeft destijds iemand genoteerd hoelang die brief nodig had om tijdens de oorlogsjaren van in de Filippijnen tot in België te geraken.


21

22

Een kaart, die Jan schreef aan een (voor ons) onbekend iemand, met een foto van hem met een vriend “d’Hooghe” uit Gent. De kaart is de censuur gepasseerd


23

13:38 Gepost door Marc in militairen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: tisselt, cortebeeck, woi, pater jan |  Facebook |

Commentaren

Pater Jan Cortebeeck Prachtig boek, vlot om te lezen, dikke proficiat aan Guy.

Gepost door: Cortebeeck Lutgarde | 04-12-09

j'apprecie votre site internet et je me permet de mettre un lien vers le mien . n hesitez pas a visiter !

Gepost door: serrurier paris | 21-02-15

De commentaren zijn gesloten.