07-01-08

Holemans Albertus Maria Josephus

Student, geboren op donderdag 26 april 1894 te Boom (adjudant mil.1914/2de linie 7de cie.), woonachtig te Antwerpen, overleden op woensdag 18 september 1918 te Merkem om 5.20u in "freme d 'Italie" aan de gevolgen van een geweerkogel in de keel. Albertus overleed ongehuwd en werd begraven te Westvleteren, graf nr.707. Albertus vervoegde het leger op: 21 september 1914. Hij ontving het oorlogskruis. Albertus had een blonde haarkleur en was 1,78m. groot. Hij staat niet op het monument der gesneuvelden vermeld.
Hij was de zoon van de vrederechter van het kanton Boom, Joannes Norbertus(°ca.1845) en Georgette Joanna Van De Capelle (°ca.1859). Zij woonden bij de geboorte van Albertus op de Antwerpsesteenweg nr. 115.


1 oktober 1917
- bij C.I.S.L.A.I                              7 juli 1918- in hospitaal bon secours

16 februari 1918- vervoegt het 2de linieregiment     7 juli 1918- naar 7/2 linieregiment



holemans

holemans zerk

 


De laatste rustplaats van Albertus te Westvleteren (graf nr.707)

Hij ligt er begraven onder de naam Holemans Albert



 

25-12-07

De gesneuvelden van het Scheppersgesticht te Mechelen

Met dank aan  André De Clercq uit Hamme voor dit artikel dat in de originele spelling werd overgenomen. 

De vergadering der Broeders van O.-L. Vrouw van Barmhartigheid, Scheppers' Gesticht te Mechelen, heeft ook haar bloedigen tol betaald aan den wreeden wereldoorlog. Een-en-veertig leden dienden als brankardier in 't Belgisch of Italiaansch leger. Menigen onderscheidden zich door heldendaden, die hun uitstekende eeretekens verwierven. Verscheidene lidmaten kenden ook den harden weg der ballingschap of zuchtten lange maanden in gevang of concentratiekampen tot straf hunner groote vaderlandsliefde of het oversmokkelen van moedige Belgische vrijwilligers of spioenen.

Broeder Mattheus Serneels van Berlaar, bestierder der katholieke jongensschool te Hamont, een dezer dapperen, viel door verraad in de handen van het Pruisisch krijgsgerecht en werd tot tweemaal ter door veroordeeld. Door tusschenkomst van machtige voorsprekers werd zijn doodstraf  in twee maal 15 jaar dwangarbeid veranderd. De wapenstilstand van 11 november 1918 brak de kluisters, die hem knelden in het gevang te Vilvoorden.

Brankardier, Broeder Maternus, Lode Beets, van Lummen, een der tien Vlaamsche houthakkers uit de bosschen van Orne, zou het ongevoeligste hart tot tranen toe bewegen, moest hij verhalen wat al lijden en ontbering hij tijdens zijn houthakkersleven uitgestaan heeft.

Maar werpen wij een oogopslag op onze roemrijke gesneuvelde Vlamingen. Het eerste onschuldig slachtoffer der Duitsche wreedheden in België roept nog steeds wraak ten hemel.

Broeder Candidus, Vivet, van Antwerpen, onderwijzer te Kessel-Loo, werd door Pruisische beulen laffelijk vermoord  te Blauwput, bij Leuven, in oogst 1914. 

Broeder Simon, Van Roy, van Duffel, sedert 12 jaren bestierder van het weezenhuis te Wetteren werd naar Duitschland vervoerd waar de zwakke ouderling van gebrek omkwam. Niet te verwonderen dat de "Vader der Weezen" bitter beweend werd, daar hij door zijn buitengewonen minzaamheid en ingeboren goedheid ieders genegenheid gewonnen had.

Een derde offer op het altaar van 't Vaderland is broeder Heliodoor, Bogaerts, van Zoersel, die de katholieke jongensschool van Diest bestierde, toen de nare oorlogsklok in Vlaanderen stormde. Deze moedige brankardier bezweek in het hospitaal te Kales, waar hij de typhusleiders verzorgde. Gods raadsbesluiten zijn ondoorgrondelijk! De verpleger stierf terwijl zijn beschermeling ontkwam.

Meer nog dan de drie voorgaande Vlamingen schittert Broeder Anselmus, Braspenning, van Meerle, wiens hart trilde bij het hooren alleen van zijn "Dierbaar Vlaanderen". Een onderzoek in zijn "Oorlogsdagboek" leert al spoedig die godsdienstige, Vlaamsche ziel kennen met haar edele hoedanigheden; geestigen luim, dichterlijke begaafdheid en grondige taalkennis , zelfopoffering voor zijn vaderland en diepen godsdienstzin. Uit loutere naastenliefde vroeg die edelmoedige borst als gunst naar de voorste loopgraven gezonden te worden, waar een vijandelijke kogel hem doodelijk trof.

Nog een "nederige held", die evenals Broeder Anselmus, onderwijzer was te Mechelen, heeft zijn bloed veil gehad voor 't Vaderland. Deze moedige voorvechter der Vlaamsche zaak was Broeder Gaston, Simons, van Putte-Capellen. Om de wantoestanden, zooveel mogelijk, te verhelpen, had hij Vlaamsche leergangen ingericht voor de Waalsche officieren van zijn bataillon. Daar hij beweerde dat den Gulden Sporenslag als nationale feestdag diende gevierd te worden, werd hij als staatsgevaarlijke aan de hoogere overheid aangeklaagd, van eenheid veranderd en naar 't front gestuurd, waar hij tijdens het laatste offensief sneuvelde. Een slachtoffer te meer om zijn Vlaamsche rechten vrij en vrank verdedigd te hebben! Moge zijn bloed een vruchtbaar zaad wezen, waaruit nieuwe geslachten van overtuigde Vlamingen ontkiemen, die de leus verwezenlijken: Vlaanderen voor Kristus, Alles voor Vlaanderen!

Rust in vrede koene IJzerhelden! Verheugt u, Dapperen, ge hebt den goeden strijd gestreden! God loone u, ware Vaderlanders en vurige kloosterbroeders, die glorievol sneefdet op 't edel slagveld der kristelijke naastenliefde voor de vrijheid van ons dierbaar Vaderland en de ontvoogding van ons geliefd Vlaanderen!

 


Broeder Scheppersinstituut


Broeder Bogaerts Heliodoor
Militair hospitaal Calais-Fr., Brancardier
Gestorven in het hospitaal Calais-Fr. op 13 januari 1915
Begraven te Calais Communal B.M.B. Graf n°313
Geboren te Zoersel

Brancardier Candidus Vivet
Gedood te Blauwput-Leuven op 28 augustus 1914
Geboren te Antwerpen

Broeder De Roy Simon
Brancardier
Overleden te Duitsland op 5 juli 1917

Broeder Simons Gaston
Brancardier
Gesneuveld te Balgerhoek op 30 oktober 1918
Geboren te Putte-Kapelle

Broeder Braspenning Frans-Anselmus
8ste linie brancardier
Stamnummer 108/47313
Gesneuveld te Diksmuide op 19 december 1915
Begraven te Adinkerke B.M.B. Graf n°131
Geboren te Meerle op 24 september 1880-35 jaar
Woonde te Mechelen
 


gedicht Vlaanderen

 

 

04-12-07

Capelle Julianus Edmondus Victor

Haarkapper, geboren op woensdag 20 november 1889 te Antwerpen (soldaat 2 Kl. OV/genie 5 D.A./3de cie.) Julianus woonde te Boom bij zijn pleegvader.Hij sneuvelde op maandag 30 september 1918 tijdens het eindoffensief te Koksijde-Bad. Julianus kwam om bij het bombardement van het kantonnement; Ex 1 linieregiment. De archieven vermelden hier nog bij dat hij werd "uiteengerukt".Het gemeentebestuur vroeg gratis vervoerskaartjes aan voor Clement Ceulemans zodat hij een bezoek kon brengen aan het graf van Julianus. Clement woonde te Boom in de Hoogstraat nr.14. Alvorens deze te kunnen verkrijgen diende het gemeentebestuur een verklaring van overlijden van Julianus aan het ministerie van landsverdediging te bezorgen samen met een getuigschrift dat Clement Ceulemans wel degelijk de pleegvader van Julianus was.

Julianus werd begraven op dinsdag 1 oktober 1918 in De Panne , "Duinhoek", graf nr.B/154.


capelle juliaan

Hij was 1,69m. groot en had een licht kastanjebruine haarkleur. Vervoegde het leger op 14 maart 1915. Op 1 oktober 1917 was hij in dienst bij de 3de cie. 5de regiment genie. Hij was de zoon van Hyronimus Lieven en Maria Louisa Baele, beiden woonachtig te Antwerpen.


capelle juliaan monument

               
Julianus staat op het monument der gesneuvelden vermeld als Capelle Juliaan


zerk capelle juliaan

De laatste rustplaats van Juliaan op de militaire begraafplaats van De Panne, graf nr. B 154