14-04-08

Memoires van de oorlog 1914-1918(Deel XIII)

Van 24 tot 28 november terug naar de sector van Ramskapelle lag onze kompagnie aan de overweg van het station van Ramskapelle. Er werd bevel gegeven dat een patrouille zou moeten op verkenning gaan naar de hoeven "Wolvennest en Violet", om na te gaan of deze al dan niet bezet waren door de Duitsers.

Ik, met vijf soldaten, werd aangeduid om die verkenning, in volle dag, uit te voeren. Doch alvorens mijn opdracht aan te vangen zag ik een nederlandse reporter voor een geïllustreerd weekblad, zich opstellen om een foto te nemen van het overstroomde gebied langsheen de spoorweg. De fotograaf stond met de rug naar vernoemd station gekeerd en ik vroeg hem of ik aan de overkant mocht plaats nemen?

Nou zet U er maar bij antwoordde hij en ik werd mee op de gevoelige plaat opgenomen. Die foto verscheen later in die nederlandse illustree, met onderschrift "Een Belgisch soldaat op wacht nabij het overstroomde gebied bij Nieuwpoort". Die foto werd ook gebruikt, zonder mijn toestemming, om in het boek "Notre pays" van de hand van Aug. Smets, bladzijde 219, met als onderschrift, "Un soldat en Sentinelle" opgenomen. Na die opname begaf ik mij op weg op de steenweg van Ramskapelle naar Mannekensvere, die 30 centimeter onder water lag, naar de hoeve "Wolvennest". De hoeve zelf stond op een soort eiland dat hoog boven het water uitstak. De Duitsers moesten ons zien aankomen, maar er werd geen schot gelost, wat mij deed veronderstellen dat de waarnemer(observateur) van de Duitsers ons doen en laten wilde nagaan. We begaven ons eerst, zeer voorzichtig, naar de woning van de boer om ons te vergewissen of er gebeurlijk Duitsers zich zouden schuil houden. Maar er was geen levende ziel in de woning te zien. Wat we binnen te zien kregen was de gans vernielde huisraad van de boer, ledige flessen op de grond aan stukken geslagen, en de ingewanden van de varkens die de Duitsers er geslacht hadden tijdens hun verblijf op de hoeve.


violettehoeve

Violettehoeve vandaag. De hoeve waarvan sprake in dit verhaal werd volledig vernield en heropgebouwd.
Foto: forumeerstewereldoorlog.nl


Daarna de grote tuin achter de woning onderzoeken of er geen Duitsers achter de haag of in het struikgewas verscholen zaten. Maar niets te zien van Duitse soldaten; alleen hun doden hadden ze er begraven.

Nu kwam de grote schuur aan de beurt. De deur stond op ene kier en bij het benaderen ervan hoorde ik binnen geritsel in het stro. Dat geritsel vermoedde de aanwezigheid van levende wezens en ik zie aan de soldaten, met de bajonet op het geweer, let goed op en als er iets buitenkomt onmiddellijk erop schieten, zonder verwittiging. Ik nam mijn geweer, en met de punt van de bajonet duwde ik de schuurdeur verder open en plotseling komt een jonge stier, aanvallend naar buiten gestormd. Ik had nog juist de tijd om opzij te springen, zoals de matadors dit bij de stierengevechten doen, zo niet was ik op de horens van de woeste stier terecht gekomen, maar door mijn bliksemsnelle zijsprong schoot hij mij rakelings voorbij. Ik was geweldig geschrokken maar behield mijn koelbloedigheid, wat mijn redding was. De soldaten die enkele meter verder gereed stonden om te schieten begonnen luidop te lachen en beweerde daarna dat ik aanleg had om stierenvechter te worden. De stier was er al mankend vandoor; hij was vroeger reeds in de bil getroffen geweest. Die stier heeft daar nog twee jaren rondgelopen, eten was er genoeg voor hem, en als hij goed vet was geworden hebben andere soldaten hem gevangen en opgegeten.

Daarna moest de Violethoeve onderzocht worden,  maar we konden ze niet benaderen daar deze rondom in het water stond, en bovendien eerst een brede gracht diende overgestoken te worden. Wij konden er dus niet bij en zonder dat er een schot gelost werd keerde we terug naar de eerste lijn van onze verdediging.

Toen ik mijn wedervaren aan de kommandant van de kompagnie vertelde lachtte de brave man schokschouderend van plezier en zie, Amelinckx ge zijt een geluksvogel er zo van af te zijn gekomen.

Daar wij de Violethoeve niet hadden kunnen benaderen moest een tweede patrouille vertrekken, met medeneming van een lange ladder om de gracht te kunnen oversteken. Wanneer die tweede patrouille tot bij de gracht genaderd was,  de ladder eroverlegde en de eerste man de ladder wilde betreden, werd door de Duitsers geschoten en trof de kogel de korporaal aan de hand. Door dit feit was het bewijs geleverd dat de Violethoeve bezet was door de vijand. De patrouille kwam zonder verdere hinder terug in de voorpost.