25-12-07

De gesneuvelden van het Scheppersgesticht te Mechelen

Met dank aan  André De Clercq uit Hamme voor dit artikel dat in de originele spelling werd overgenomen. 

De vergadering der Broeders van O.-L. Vrouw van Barmhartigheid, Scheppers' Gesticht te Mechelen, heeft ook haar bloedigen tol betaald aan den wreeden wereldoorlog. Een-en-veertig leden dienden als brankardier in 't Belgisch of Italiaansch leger. Menigen onderscheidden zich door heldendaden, die hun uitstekende eeretekens verwierven. Verscheidene lidmaten kenden ook den harden weg der ballingschap of zuchtten lange maanden in gevang of concentratiekampen tot straf hunner groote vaderlandsliefde of het oversmokkelen van moedige Belgische vrijwilligers of spioenen.

Broeder Mattheus Serneels van Berlaar, bestierder der katholieke jongensschool te Hamont, een dezer dapperen, viel door verraad in de handen van het Pruisisch krijgsgerecht en werd tot tweemaal ter door veroordeeld. Door tusschenkomst van machtige voorsprekers werd zijn doodstraf  in twee maal 15 jaar dwangarbeid veranderd. De wapenstilstand van 11 november 1918 brak de kluisters, die hem knelden in het gevang te Vilvoorden.

Brankardier, Broeder Maternus, Lode Beets, van Lummen, een der tien Vlaamsche houthakkers uit de bosschen van Orne, zou het ongevoeligste hart tot tranen toe bewegen, moest hij verhalen wat al lijden en ontbering hij tijdens zijn houthakkersleven uitgestaan heeft.

Maar werpen wij een oogopslag op onze roemrijke gesneuvelde Vlamingen. Het eerste onschuldig slachtoffer der Duitsche wreedheden in België roept nog steeds wraak ten hemel.

Broeder Candidus, Vivet, van Antwerpen, onderwijzer te Kessel-Loo, werd door Pruisische beulen laffelijk vermoord  te Blauwput, bij Leuven, in oogst 1914. 

Broeder Simon, Van Roy, van Duffel, sedert 12 jaren bestierder van het weezenhuis te Wetteren werd naar Duitschland vervoerd waar de zwakke ouderling van gebrek omkwam. Niet te verwonderen dat de "Vader der Weezen" bitter beweend werd, daar hij door zijn buitengewonen minzaamheid en ingeboren goedheid ieders genegenheid gewonnen had.

Een derde offer op het altaar van 't Vaderland is broeder Heliodoor, Bogaerts, van Zoersel, die de katholieke jongensschool van Diest bestierde, toen de nare oorlogsklok in Vlaanderen stormde. Deze moedige brankardier bezweek in het hospitaal te Kales, waar hij de typhusleiders verzorgde. Gods raadsbesluiten zijn ondoorgrondelijk! De verpleger stierf terwijl zijn beschermeling ontkwam.

Meer nog dan de drie voorgaande Vlamingen schittert Broeder Anselmus, Braspenning, van Meerle, wiens hart trilde bij het hooren alleen van zijn "Dierbaar Vlaanderen". Een onderzoek in zijn "Oorlogsdagboek" leert al spoedig die godsdienstige, Vlaamsche ziel kennen met haar edele hoedanigheden; geestigen luim, dichterlijke begaafdheid en grondige taalkennis , zelfopoffering voor zijn vaderland en diepen godsdienstzin. Uit loutere naastenliefde vroeg die edelmoedige borst als gunst naar de voorste loopgraven gezonden te worden, waar een vijandelijke kogel hem doodelijk trof.

Nog een "nederige held", die evenals Broeder Anselmus, onderwijzer was te Mechelen, heeft zijn bloed veil gehad voor 't Vaderland. Deze moedige voorvechter der Vlaamsche zaak was Broeder Gaston, Simons, van Putte-Capellen. Om de wantoestanden, zooveel mogelijk, te verhelpen, had hij Vlaamsche leergangen ingericht voor de Waalsche officieren van zijn bataillon. Daar hij beweerde dat den Gulden Sporenslag als nationale feestdag diende gevierd te worden, werd hij als staatsgevaarlijke aan de hoogere overheid aangeklaagd, van eenheid veranderd en naar 't front gestuurd, waar hij tijdens het laatste offensief sneuvelde. Een slachtoffer te meer om zijn Vlaamsche rechten vrij en vrank verdedigd te hebben! Moge zijn bloed een vruchtbaar zaad wezen, waaruit nieuwe geslachten van overtuigde Vlamingen ontkiemen, die de leus verwezenlijken: Vlaanderen voor Kristus, Alles voor Vlaanderen!

Rust in vrede koene IJzerhelden! Verheugt u, Dapperen, ge hebt den goeden strijd gestreden! God loone u, ware Vaderlanders en vurige kloosterbroeders, die glorievol sneefdet op 't edel slagveld der kristelijke naastenliefde voor de vrijheid van ons dierbaar Vaderland en de ontvoogding van ons geliefd Vlaanderen!

 


Broeder Scheppersinstituut


Broeder Bogaerts Heliodoor
Militair hospitaal Calais-Fr., Brancardier
Gestorven in het hospitaal Calais-Fr. op 13 januari 1915
Begraven te Calais Communal B.M.B. Graf n°313
Geboren te Zoersel

Brancardier Candidus Vivet
Gedood te Blauwput-Leuven op 28 augustus 1914
Geboren te Antwerpen

Broeder De Roy Simon
Brancardier
Overleden te Duitsland op 5 juli 1917

Broeder Simons Gaston
Brancardier
Gesneuveld te Balgerhoek op 30 oktober 1918
Geboren te Putte-Kapelle

Broeder Braspenning Frans-Anselmus
8ste linie brancardier
Stamnummer 108/47313
Gesneuveld te Diksmuide op 19 december 1915
Begraven te Adinkerke B.M.B. Graf n°131
Geboren te Meerle op 24 september 1880-35 jaar
Woonde te Mechelen
 


gedicht Vlaanderen

 

 

14-12-07

De Bie Rudolf Joannes Josephina

Geboren op donderdag 23 april 1885 te Boom (sergeant BV 1903 foerier/2de karabiniers 4/2), woonachtig te Aarschot, Beguinhofstraat 4 en te Mechelen, Herreynstraat, overleden op donderdag 24 februari 1916 te Kensington(GB) aan de gevolgen van meningitis of een hersentumor, begraven te Kensal Green(Londen) graf nr.12219. Hij werd later begraven in een gemeenschappelijke graf op dezelfde begraafplaats. Rudolf staat niet op het monument der gesneuvelden van Boom vermeld. Vervoegde het leger in: 1903; gereformeerd te Antwerpen op 16 september 1914.

Rudolf was de zoon van spoorwegbediende Joannes Franciscus(°Geel 24 mei 1856) en Maria Isabella Charlotte Cesters (°Boom 31 augustus 1857). Zij huwden te Boom op 2 september 1882 en woonden er op de Antwerpsesteenweg nr.68.


monument de bie


 Hij staat op het monument van Kensal Green vermeld als De Bie Rodolphe



monument Kensal Green

De Rooms-katholieke begraafplaats St.Mary werd in 1858 opgericht en grenst aan de begraafplaats van Kensal Green. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er vooral Belgische militairen begraven. Op de begraafplaats is een monument opgericht ter nagedachtenis van de gesneuvelde Belgische militairen.  
 

Op het monument staat onderstaande tekst te lezen:

"Hier rusten Belgische soldaten die nadat zij in den strijd voor 's lands onafhankelijkheid werden gekwetst in Engeland werden opgenomen en in dit gastvrij land stierven.
God schenk hun den eeuwige rust. Belgie beware trouw hun aandenken"


         

Het monument bevat de namen van 77 Belgische militairen

BASTIAENEN HENRI

+15 NOVEMBER 1915

BILIAU ALBERT

+ OKTOBER 1914

BINAER FRANCOIS

+25 NOVEMBER 1914

BOGAERS AUGUSTE

+30 OKTOBER 1914

BOLSIUS JACQUES

+18 FEBRUARI 1919

BRAUN ALBERT

+17 JULI 1918

CLAESSENS FRANCOIS

+17 NOVEMBER 1914

CLAREBOUT HENRI

+12 MEI 1919

CLAUS FRANCOIS

+15 NOVEMBER 1914

COLEBUNDERS PIERRE

+18 JULI 1915

CORMAN FREDERIC

+3 DECEMBER 1918

DE BIE RODOLPHE

+24 FEBRUARI 1916

DE JONGHE GABRIEL

+17 NOVEMBER 1918

DEGRANDE CAMILLE

+20 OKTOBER 1918

DEGRANDE GUSTAVE

+4 MAART 1915

DE KEYSER LOUIS

+8 SEPTEMBER 1917

DE PLAEN ISIDORE

+11 NOVEMBER 1914

DE SMET PIERRE

+7 NOVEMBER 1914

DE VOLDERE JEAN

+1 NOVEMBER 1914

DEWEZ EUGENE

+5 NOVEMBER 1914

DEWILDE HENRI

+20 NOVEMBER 1917

DIRICKX JEAN

+9 AUGUSTUS 1916

DUEZ GEORGES

+1 NOVEMBER 1914

FRAIPONT DESIRE

+5 SEPTEMBER 1915

FRANCOIS GEORGES

+5 NOVEMBER 1914

GANZEMAN FRANCOIS

+5 NOVEMBER 1914

GHYSELS ADOLPHE

+23 AUGUSTUS 1916

GILLES ALPHONSE

+11 NOVEMBER 1917

GILLET JEAN

+9 APRIL 1918

HUYBRECHTS LOUIS

+13 OKTOBER 1917

HUYGELEN OCTAVE

+17 JULI 1915

JANSEGERS EDOUARD

+23 JANUARI 1917

JANSSENS ERNEST

+19 SEPTEMBER 1917

JOLIVE RAPHAEL

+1 APRIL 1918

JOURDAIN PIERRE

+11 NOVEMBER 1914

KARNAS ARMAND

+25 DECEMBER 1918

LAMARCHE EDOUARD

+26 JANUARI 1915

LEIRE GRYSOLLE

+8 APRIL 1915

LEMAITRE FRANCOIS

+19 OKTOBER 1918

LEMMENS JOSEPH

+13 JULI 1918

LE ROY de GANSENDRIES GEORGES

+5 NOVEMBER 1918

MAEREMANS GUILLAUME

+28 MEI 1915

MAERTENS PROSPER

+22 OKTOBER 1914

MAES JEAN

+7 MEI 1915

MEIRE ARTHUR

+27 OKTOBER 1914

MERTENS EMMANUEL

+2 OKTOBER 1916

MONARD VICTOR

+25 SEPTEMBER 1918

MUYLDERMANS ALPHONSE

+10 APRIL 1918

PAQUE JEAN

+8 OKTOBER 1915

PEETERS CHARLES

+4 NOVEMBER 1914

PIRE ALBERT

+10 NOVEMBER 1918

ROYMANS DESIRE

+12 FEBRUARI 1915

SCHEEPERS CHARLES

+11 NOVEMBER 1914

SINNER ALBERT

+9 NOVEMBER 1914

SMETS JOSEPH

+17 JANUARI 1917

SNELLAERT OCTAVE

+25 OKTOBER 1918

SPARMONT WILLIAM

+28 OKTOBER 1917

SWINNENS AUGUSTE

+26 MAART 1917

TAGON OSCAR

+15 DECEMBER 1917

VAN CAMPENHOUDT EDOUARD

+15 FEBRUARI 1915

VAN den EEDE LAURENT

+28 JANUARI 1918

VAN den KIEBOOM FRANCOIS

+13 FEBRUARI 1918

VAN der KINDEREN ANDRE

+28 MAART 1919

VAN der MOLEN CHARLES

+19 OKTOBER 1918

VAN DEUN ARTHUR

+5 MAART 1916

VAN DOREN ALPHONSE

+13 JANUARI 1919

VAN DUYTEKOM EDOUARD

+5 JANUARI 1918

VAN DYCK HENRI

+1 DECEMBER 1918

VAN DYCK JEAN

+5 NOVEMBER 1918

VAN GREVELING LIEVIN

+28 OKTOBER 1914

VAN HOMELLE

+22 OKTOBER 1914

VAN PUYENBROECK FRANCOIS

+12 OKTOBER 1917

VERBEECK MICHEL

+19 MEI 1917

VERBRAECKEN EDOUARD

+14 JULI 1918

VERSCHOORE JULES

+23 SEPTEMBER 1918

VERSLYP JOSEPH

+13 OKTOBER 1918

VLEMINCKX JEAN

+25 NOVEMBER 1918


gedenkplaat Kensal Green
 

Gedenkplaat op de begraafplaats


03-12-07

Verlinden Frans Hendrik

Grootvader van Marc Verlinden uit Boom 

Op 7 oktober 1914 werd mijn grootvader Frans Hendrik Verlinden krijgsgevangen genomen te Duffel. Hij zou de rest van de oorlog doorbrengen in Friedrichsfeld te Duitsland. Op 26 mei 1918 schreef hij een brief naar zijn zuster Marie in Frankrijk waarin hij zijn hoop uitdrukte om snel vrij te komen. Die hoop putte hij uit het gerucht dat er gevangenen zouden uitgewisseld worden. Toen hij uiteindelijk was teruggekeerd uit gevangenschap, waarvan de juiste datum niet bekend is, begon zijn persoonlijke strijd om de toekenning van een frontstreep.

Ik vond in zijn militair dossier diverse documenten die een polemiek van ca. dertig jaar behelzen. Jammer genoeg bevat het dossier ook diverse lacunes. Ik heb mijn grootvader hierover ook nooit iets kunnen vragen want hij overleed reeds in 1941. Mijn vader werd in 1936 geboren en heeft enkel nog een vage herinnering aan zijn vader. Het oudste document in het dossier dateert van 12 november 1920. Hierin verstrekte mijn grootvader enkele persoonlijk gegevens zoals zijn  geboortedatum, naam van zijn echtgenote, stamnummer enz… Op dit formulier staat ook te lezen dat hij krijgsgevangen werd genomen op 7 oktober 1914 en dit bleef tot 31 december 1918.

Dit formulier is met vrij grote zekerheid het eerste dat mijn grootvader verstuurde. Het was gericht aan het « Strijdersfonds » in de Wetstraat nr.2 te Brussel. In de hoofding van het formulier staat o.a. te lezen :  « Vragenlijst betrekkelijk het vaststellen der rechten van den strijder op het voordeel der wet van 25 augustus 1920, die een blijk van dankbaarheid toekent aan de militairen van den oorlog 1914-1918 ». Mijn grootvader kon toen niet vermoeden dat de « blijk van dankbaarheid » nog héél lang op zich zou laten wachten. Hijzelf zou de uitkomst nooit vernemen.

In een vrij summier document dat vanuit Namen werd verstuurd op 10 september 1921 staat te lezen :  « Accordé zéro chevrons de front ». Zijn aanvraag tot het bekomen van een frontstreep was dus duidelijk negatief beoordeeld. In datzelfde document vond ik ook een vrij onopvallende kribbel waaruit bleek dat mijn grootvader nooit  het oorlogskruis heeft ontvangen. Dit was althans het geval op 10 september 1921. Mogelijk heeft hij het oorlogskruis later nog ontvangen. Het dossier onthult hierover verder niets. In een nota van het Ministerie der Landsverdediging gericht aan het Strijdersfonds op 15  december 1921,  staat o.a. dat mijn grootvader op 16 april 1893 werd geboren te Bremdonck(dit moet Breendonk zijn). Hij maakte deel uit van het negende linie, bracht drie maanden aan het front door en 49 maanden achter het front. Er staat dus niet dat hij krijgsgevangene was gedurende 49 maanden.

We maken nu een sprong in de tijd want het eerstvolgende document werd op 2 juli 1937 verstuurd. Mijn grootvader was tewerkgesteld als schrijnwerker bij de N.M.B.S.(Belgische spoorwegen). Die verstuurden een brief naar het departement van landsverdediging waarin zij vroegen naar de staat van de toekenning der frontstrepen « in zake het burgerlijk pensioen ». Het antwoord hierover is niet bekend. Op 21 maart 1938 moet er terug een brief verstuurd zijn t.a.v. de Minister van landsverdediging. Dit wordt althans vermeld op een nieuwe vragenlijst die mijn grootvader toegestuurd kreeg.

Uit deze lijst blijkt de frustratie van mijn grootvader die begrijpelijk zijn ongeduld begon te verliezen . Bij de vraag « gelief al de dokumenten bij te voegen die gij verzamelen kunt om de echtheid uwer verklaringen te bewijzen : attestaties uwer oversten of van getuigen…. », repliceerde hij: « Is het dan nog verplicht om bij al deze gegevens nog andere te voegen of is het er om te doen ons nog langer om den tuin te lijden ». Of hij « lijden » opzettelijk zo schreef  is mij niet bekend, het zou in elk geval spitsvondig geweest zijn.


 

Ik vermoed in elk geval dat deze repliek niet in zijn voordeel heeft gepleit. Op deze vragenlijst vernam ik wel voor het eerst de omstandigheden waarin mijn grootvader krijgsgevangen werd genomen. Onder de vraag « naam uwer oversten(officieren en onder-officieren) onder wier bevelen gij stond op het oogenblik uwer gevangenneming » antwoordde mijn grootvader het volgende : «  den bevelhebber was slechts 2 dagen in de cie, ken zijn naam niet. Te Duffel omtrent het papierfabrik met korporaal Verhoeven in datum van 7 october 1914 van 6 op 7 in den morgend krijgsgevangen genomen op de wacht. Krijgsgevangen genomen met Korporaal Verhoeven en nog 6 man waarvan ik de namen niet ken, allen van het 9de linie ».  

Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Reeds op 20 mei 1938 verstuurde Kolonel Lebert, voorziter der commissie n°3 een antwoord,  vergezeld van dezelfde vragenlijst die mijn grootvader was vergeten te ondertekenen. Als gevolg van zijn blijk van ergernis wees de kolonel hem op het reglement waaraan moest voldaan worden teneinde frontstrepen te kunnen bekomen. Hierin werd geïnsinueerd dat mijn grootvader zich niet voldoende zou verzet hebben toen hij krijgsgevangen werd genomen tenzij hij met harde bewijzen het tegendeel kon staven. Ik citeer : « naar aanleiding van Uwe onbetamelijke vraag houd ik er aan Uwe bijzondere aandacht te trekken op het hieronderstaande uittreksel van de wet van 2 juli 1932 betreffende het verleenen van frontstrepen. UITTREKSEL. Artiekel 1-h, de militairen die gedurende eene krijgsverrichting van eene samengestelde eenheid of deel van eenheid ongekwetst in handen van den vijand zijn gevallen hebben recht op de bij hunne gevangenneming loopende streep, voor zoover zij onweerlegbaar bewijzen dat zij, vooraleer in ‘s vijands handen te vallen, al de te hunner beschikking gestelde verdedigingsmiddelen hebben uitgeput ».


 

Als gevolg van dit antwoord ging mijn grootvader naarstig op zoek naar de gevraagde bewijzen. Dit bleek niet zo evidend te zijn waardoor hij op 7 juli 1938 een herinneringsbrief ontving waarin hem een laatste kans werd geboden om de vragenlijst binnen de dertig dagen te bezorgen. Zo niet zou zijn zaak geklasseerd en afgesloten worden. Hij ging ten rade bij de Nationale Strijdersbond(afdeling Londerzeel St.-Jozef). Die verstuurden op 14 juli 1938 in zijn naam een brief aan het hoofd van het 9de lineregiment met de vraag zo snel mogelijk de gevraagde bewijzen te bezorgen. Was het een bewuste administratieve fout ? Feit is dat de gevraagde bewijzen op 19 juli 1938 werden bezorgd maar wel met een grove fout waardoor ze waardeloos bleken te zijn.


 

Volgens het hoofd van het 9de linieregiment stond in het stamboek van mijn grootvader opgetekend dat hij op 6 augustus 1914 krijgsgevangen werd genomen i.p.v. 7 oktober 1914. Tevens stond er te lezen : «  officieren die WAARSCHIJNLIJK in deze eenheid tegenwoordig waren ; Kapitein Lormier ». Pogingen om de bewuste kapitein te vinden bleken van nutteloze aard te zijn. Een schrijven hiervoor aan de « Abdij van ter Kameren » bleef zonder gevolg. Alle hoop bleek verloren te zijn maar ex-korporaal Verhoeven slaagde er letterlijk en figuurlijk in om op 25 juli 1938 het licht in de duisternis te laten schijnen. Omer Henri Verhoeven, woonachtig in Sint-Lambrechts-Woluwe, was namelijk na de oorlog een zaak begonnen in « Lustrerie et tous appareils électro-ménagers »

 

Onder deze hoofding leverde hij een verklaring af die de beweringen van mijn grootvader bevestigden. Hij schreef o.a.  dat zij zich op de ochtend van 7 oktober 1914 aan de oevers van de Nete bevonden tussen de spoorweg en het kerkhof toen zij plots omsingeld werden door de Duitsers en er niets anders restte dan hun overgave. Opmerkelijk is dat er op deze brief in potlood werd geschreven dat er aan korporaal Verhoeven op 25 juli 1934 een frontstreep was toegekend. Deze verklaring zou uiteindelijk de doorslag geven maar de tweede wereldbrand stond reeds voor de deur en de administratieve molen maalt zoals bekend zeer traag.

Op 26 november 1956 werd de felbegeerde frontstreep toegekend. Mijn grootvader heeft het niet meer mogen meemaken want hij overleed op 22 december 1941 in het ziekenhuis te Mechelen na een maagoperatie. Volgens zijn zonen was dit een gevolg van de ontberingen die hij had doorstaan tijdens zijn gevangenschap   



Verlinden  


Frans Hendrik Verlinden ° Breendonk 16 april 1893 + Mechelen 22 december 1941. Frans staat rechts op de foto, voor hem op de stoel zijn echtgenote Coleta Lauwers(°Londerzeel 30 juni 1896 + Londerzeel 11 augustus 1983) Frans was de zoon van beenhouwer Ferdinand en Philomena Smets.