02-12-09

Pater Jan Cortebeeck

Met dank aan Guy Cortebeeck die hierover eveneens een boek heeft geschreven. Onderstaande tekst is een fragment uit het boek. Jan Boey van GVA schreef hierover een artikel.

Reeds meer dan duizend mensen hebben aandachtig naar de uiteenzettingen van Guy komen luisteren.

Wie interesse heeft voor het boek kan Guy bereiken op volgend adres:

guy.cortebeeck@skynet.be

 

 


 

1 Een missionaris in “De Groote Oorlog” 1914-1918

1.1 Een volk en familie Cortebeeck op de vlucht

Bij het uitbreken van de eerste Wereldoorlog, was pater Jan als propagandist en professor werkzaam, in en vanuit het MSC-klooster in Tilburg.
Ondanks de neutraliteit, werd België door de Duitsers “misbruikt” om in enkele dagen trachten door te steken naar Frankrijk. De geschiedenis zal leren dat het enigszins anders is gelopen en dat zij nooit in hun opzet zouden slagen, mede door de inzet van het Belgische leger, dat de Duitsers vier jaar lang kon tegenhouden aan de ondergelopen IJzervlakte. Deze “inundatie” gebeurde onder leiding van Koning Albert I, die zich steeds vlak achter het front bevond (meestal in De Panne), en aktief het verloop van de oorlog volgde.
De geallieerden zouden hem daarin helpen.

Maar de Duitsers joegen, bij de aanvang van de oorlog, de Belgen de stuipen op het lijf, en velen gingen op de vlucht. Zo trokken één miljoen vluchtelingen richting Nederland. Daar werd men opgevangen, volgens “hun opleiding en levensniveau” in Vlaanderenland. Dit betekende dat de meesten in voorlopige vluchtelingenkampen terecht kwamen.Vrij vlug trokken 800.000 Vlamingen terug huiswaarts. De rest verbleef de hele oorlog in Nederland, dat de vluchtelingen liever kwijt dan rijk was.

Celine Verest (dochter van Frans Verest en Maria Cortebeeck) kent het vluchtverhaal van de familie Cortebeeck als geen ander. Hierna nemen wij haar verhaal over.

“Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was de familie Cortebeeck gevlucht uit Tisselt, tot in Willebroek, waar zij bij verre familie verbleven.
Celine Mertens (echtgenote van Louis Cortebeeck) was hoogzwanger en beviel ter plaatse. Maar de volgende nacht werd Willebroek gebombardeerd en was het huis waar ze verbleven ook geraakt. Francine was gered door haar wiegje, dat was omgevallen door de bombardementen. Ze was wel gekwetst door glasscherven in het gezicht en de oogjes. Moeder Celine liep zelfs een dubbele schedelbreuk op. Moeder en kind werden, in moeilijke omstandigheden, overgebracht naar een kliniek in Antwerpen, en bleven daar voor verzorging. Vader Louis bleef met de kleine Josephine (Fientje) in de buurt van het thuisfront.
Grootvader Mon (weduwnaar van 1913) trok met zijn zoons Frans en Jef, broers van Louis, en diens twee oudste kinderen Mon en Mit richting Nederland, samen met o.a. de familie De Maeyer (“de Jefkes” van de Blaasveldstraat).
Ondertussen werd echter ook de kliniek in Antwerpen, waar Celine en Francine verbleven, gebombardeerd. Dus vluchtten zij weer, nu richting Deurne, naar een groottante van Louis (naam onbekend). Daar konden zij tot rust komen. Maar door gebrek aan verzorging zou Celine de rest van de jaren steeds geplaagd worden door zware hoofdpijnen. Met de familie van Deurne, bleef de familie “levenslang” in kontakt en zij bezochten mekaar regelmatig, zoals bij Tisselt kermis.”
Frans en Jef, met vader Mon en de twee kleinkinderen Mon en Mit, trokken intussen, op de vlucht voor het oorlogsgeweld, richting Nederland. In Minderhout was er een rustpunt bij een landbouwersgezin. Met die familie zou men later nog steeds kontakt houden. Maar de vlucht ging verder. Men moest over “den ijzeren draad”.


Den ijzeren draad was een ijzeren gordijn “avant la lettre”, bestaande uit een dubbele draadversperring met een elektrische gelijkstroomspanning van 2000 volt, dat gespannen was van Cadzand tot in Vaals in Limburg, over een lengte van180 km.Deze was opgezet om ongekontroleerde immigratie van jonge soldaten te voorkomen, evenals smokkel en spionage. Maar ondanks deze zware hindernis konden de verschillende aktiviteiten toch worden uitgevoerd. Het kostte wel 1500 slachtoffers. Twee gerestaureerde stukken van deze “dodendraad” staan opnieuw opgesteld en zijn te bezichtigen in Hamont-Achel en in Assenede.


1

 


Vervolgens trok de familie door naar Tilburg, waar pater Jan, wonende in het MSC-klooster van Tilburg, voor de nodige opvang zorgde.
Maar na een tijd bleek een relatieve rust te zijn weergekeerd in Vlaanderen, en trok de familie terug huiswaarts, richting Tisselt. Daar vonden zij hun gebombardeerde huis terug, zodat zij voor een tijd moesten intrekken in de boerderij van de familie “Jefkes”, verderop in de Blaasveldstraat (zie hoofdstuk I van dit boek). Vrij snel bouwde men de nieuwe boerderij en kon men het gewone leven terug hervatten.
De broer van Louis, pater Fons sr schreef vanuit zijn missie in Tanganaan in de Filippijnen het volgende in zijn brieven (enkele fragmenten):


2

 



1.2 Pater Jan en zijn eerste oorlogsaktiviteiten

 

In de eerste twee oorlogsjaren maakte pater Jan “gebruik” van zijn “soutane” om regelmatig over de zwaar bewaakte grens te trekken. Hij trotseerde de zware grensbewaking tussen België (neutraal land maar toch bezet) en Nederland (ook neutraal maar niet bezet gebied).
In de geschriften van MSC pater Joris Spanhove is het volgende te vinden: dat Jan Cortebeeck einde 1916, pater Henri Ruys ( MSC-Asse) ontmoette in Antwerpen. Nadien is Ruys in aanwezigheid van pater Jan Van den Lemmer, opgepakt met anti-Duitse sluikblaadjes zoals de “Vlaamse Wachter” en vooral de “Libre Belgique”, en werd Ruys vastgezet in de gevangenis in de Begijnenstraat te Antwerpen tot het einde van de oorlog op 11 november 1918. Ruys heeft zijn verhaal neergeschreven in het boek “in het hotel der Patriotten”, dat ook in de Gazet van Assche in delen is verschenen. Een lange zoektocht naar dit verhaal heeft niets opgebracht, noch het boek noch de Gazet van Assche van die periode is terug te vinden.


1.3 De vlucht van Jan sr

Jan Cortebeeck is niet opgepakt, maar is kunnen vluchten. Hij is via Vlissingen kunnen oversteken naar Folkestone Engeland. Wij hebben een schrijven van 20/12/1916 uit Folkestone waaruit blijkt dan Jan daar is geweest en militairen heeft ontmoet in het kader van zijn inlichtingenopdracht.
Zo is hij dan via Le Havre, naar Issoudun (Indre) getrokken. Daar is het hoofdklooster van de MSC, van Pater Chevalier, de stichter. Tevens bezitten wij een “doorgangsbewijs” gegeven op 24/11/1916 door le “Grand Quartier General des Armees de l’est – etat-major” om Pater Jan vrije doorgang te geven naar ISSOUDUN in Frankrijk.


3

 


4

 


In Issoudun heeft hij tot eind december enkele weken rust genomen, vermoedelijk om te bekomen van de emoties en om zich te bezinnen over zijn volgende engagement.


5

 


Het MSC-klooster van Issoudun.


1.4 Oorlogsaktiviteiten aan het front

 

Vervolgens is Jan als vrijwilliger “le 28/12/1916 engagé comme volontaire pour la durée de la
guerre” naar het front getrokken. Op zijn vuurkaart en andere officiële dokumenten die wij konden
kopiëren uit zijn legerdossier, lezen wij het volgende:”
Du 28/12/1916 au 29/01/1917 engagé comme”V.de guerre et passé au Camp d’Auvours
Du 30/01/1917 au 08/02/1917 passé à la C.A/6°D 17
Du 09/02/1917 au 15/06/1917 passé au 6 rég. de Génie 6°DA
Du 16/06/1917 au 30/12/1918 passé au 2° rég. a un qualité d’Aumonier
In andere dokumenten lezen we “Aumônier adjoint de 2°classe” vanaf 01/07/1917
Le 31/12/1918 “licencié sans solde”.


6

 


1.5 Het door Jan Cor tebeeck afgelegde parcours aan het front van de IJzer

 


Met dank aan Annick Vandenbilcke (wetenschappelijk medewerkster in “In Flanders Fields”) en Roger Verbeke (vrijwillige medewerker dokumentatiecentrum “In Flanders Fields” en gewezen topmilitair) voor hun bereidwillige medewerking in onze zoektocht naar de oorlogsaktiviteiten
van Jan sr.
Op 28/12/1916 begon voor Jan Cortebeeck het echte oorlogsverhaal aan het front. Na zijn vlucht vanuit Nederland over Folkestone trok hij naar Issoudun. Na een rustperiode trok hij naar Camp d’Auvours, waar hij zich aanmeldde als vrijwilliger. Priesters werden eerst opgeleid en ingezet als brancardier. Die opleiding genoot hij gedurende vier weken in het “Camp”. Brancardiers en Aalmoezeniers ressorteerden onder de troepen van de administratie, en niet onder het militaire personeel.


7

 


Op 29/01/1917 eindigde die opleiding en werd hij ingedeeld in de zesde legerdivisie genie en dit van 30/01/1917 tot 15/06/1917.
Hierna de plaatsen waar Jan sr zich bevond met deze zesde divisie:
30/01/1917-08/02/1917 Camp de Mailly
09/02/1917-03/05/1917 sektor Steenstrate – Sas van Boezinge
04/05/1917-15/06/1917 sektor Nieuwkapelle.
Op 21/05/1917 kreeg hij een evaluatie vanuit Hoogstaeden, waaruit blijkt dat hij korrekt en tot ieders tevredenheid zijn vrijwilligersopdracht als brancardier heeft vervuld. Wij vermoeden dat deze evaluatie past in het kader van zijn nakende benoeming tot adjunkt-aalmoezenier.

 

 


8

 


Hierna rekonstrueren we de bewegingen van de tweede legerdivisie aan het IJzerfront, zoals die effektief in 1917 en 1918 zijn uitgevoerd, en waar Jan sr deel van uitmaakte:
23/02/1917 – 30/06/1917 Sektor Diksmuide (=Kaaskerke) – Hoofdkwartier in Alveringem
01/07/1917 – 22/07/1917 Tweede linie, rust in De Panne
22/07/1917 – 14/11/1917 Aanvalssektor Kanaal van Handzame (Diksmuide)
Paal 19.4
14/11/1917 – 17/12/1917 Tweede linie, rust in De Panne – Adinkerke – Bray-Dunes
17/12/1917 – 03/01/1918 Sektor Ramskapelle – Pervijze – Dudzele - Stuivekeskerke
03/01/1918 – 17/04/1918 Sektor Ramskapelle – Pervijze
17/04/1918 – 10/05/1918 Zone Ramskapelle – Pervijze en Oud-Stuivekeskerke
10/05/1918 – 28/05/1918 Tweede linie, rust – Leisele – Roesbrugge
29/05/1918 – 20/06/1918 Zone Boezinge (zuidelijkste sektor)
20/06/1918 – 07/08/1918 Zone Boezinge – Brielen
08/08/1918 – 18/08/1918 Tweede linie, rust – Stavele (Alveringem)
19/08/1918 – tot bevrijding Zone Ramskapelle – Pervijze (voor eindoffensief)
Vanaf 31/12/1918 ging Jan Cortebeeck “in verlof zonder soldij”.

 

 


9

 


10

 


11

 


12

 


1.6 Eretekens

 

13

 


De bovenstaande foto is genomen in december 1918, op het einde van de oorlog. In de groepsfoto zien we o.a . Pater Caudron uit Mechelen, die Jan ook in zijn missie-opdracht steeds zal ontmoeten. In de uitvergroting van Jan sr zien we dat hij op zijn linkermouw vier frontstrepen draagt. In de militaire geschriften is hier veel onduidelijkheid over, en schrijft men over twee, drie en vier frontstrepen. Deze foto bevestigt de laatste stelling, die te vinden is in de dokumenten van de Oudstrijdersvereniging.
Tevens draagt hij links boven op zijn uniform een kleine streep van drie cm lang en één cm breed.
Dit is een “dagelijkse” vervanging van zijn eerste medaille. Dit was iets praktischer. De andere medailles zijn later toegekend, zoals we verder kunnen lezen.


Frontstrepen

Zoals boven na de foto aangegeven, had Jan vier frontstrepen, zoals men kan zien op de mouw, en bevestigd is in de dokumenten van de Strijdersbond, ondanks de vermelding op de rode vuurkaart van twee frontstrepen (zie volgende blz.). Maar in het militair dossier lezen we de volgende elementen:
“A obtenir deux chevrons de front par application de la loi du 25 août 1919. Ordre de division du 15 décembre 1922.”
In andere geschriften lezen we over drie frontstrepen
Eerste op 04/08/1915
Tweede op 04/02/1916
Derde op 04/08/1916
In dokumenten van de Nationale Strijdersbond schrijft met over 4 frontstrepen.

 

 


Vuurkaartmedaille

 

 


14

 


Dit is de rode vuurkaart, die elke deelnemer aan de oorlog kreeg. Daar stond het verhaal op van betrokkene, over zijn divisies waar hij bij ingedeeld was, en welke erkenningen betrokkene eventueel had verdiend. Maar zoals al aangegeven, zijn niet alle gegevens korrekt (aantal frontstrepen). Deze kaart was van belang voor allerlei vergoedingen en pensioen als oorlogsveteraan.


15

 


16

 


Overwinningsmedaille

 

 


17

 


Herinneringsmedaille


18

 


La Croix de Chevalier de l’ordre de la Légion d’Honneur


19

 


 

Op een officieel dokument van “Le Ministère de la Guerre” staat het volgende te lezen i.v.m. de overhandiging van “la Croix de Chevalier de l’ordre de la Légion d’Honneur à Monsieur CORTEBEECK“ Aumônier militaire belge:
“L’intéressé s’est occupé tres activement des services de renseignements avant de rejoindre l’Armée Belge, il était connu comme s’étant acquitté avec un tres grand dévouement de missions tres difficiles et que la service de renseignements a, en Décembre 1916 signalé que le Père Cortebeeck avait été un collaborateur tres efficace.”

Deze Franse erkenning, is de hoogste die men in Frankrijk kan verdienen.
Jan kreeg deze hoogstaande erkenning door volgend besluit:
“La décoration de Chevalier de la Légion d’honneur Française conférée le 20/9/1920 – N°25.431.”
Het is duidelijk dat de medaille en het bijgaande diploma overhandigd is geworden door Frankrijk, via
de Minister van Oorlog, langs de Hoofdaalmoezenier. Aan wie die dan is overhandigd, is niet duidelijk. Zeker niet aan Jan, want de toekenning is gebeurd als Jan al op weg was naar zijn eerste missiepost in Papoea Nieuw-Guinea.

Tot nu toe hebben wij in onze grondige zoektocht nog geen enkel spoor gevonden van al deze eretekens, ook niet in de MSC-kloosters.
Nadat we kontakt hadden opgenomen met de officiële instelling in Parijs, die de medailles van le Légion uitdeelt, kregen wij volgende mail:


20

 


Het is tot op vandaag nog onduidelijk welke aktiviteiten Jan Cortebeeck sr heeft ontwikkeld voor de inlichtingendiensten van de Geallieerden, en wat zijn bijdrage was in het kontakt met Pater Ruys, vlak voor diens aanhouding. Het is echter wel duidelijk dat, wat hij heeft ondernomen, niet paste in de Duitse strategie, En dat hij daarom de benen moest nemen om zijn eigen vel te redden. Gelukkig, want hij heeft nadien nog twee jaar belangrijke diensten kunnen verlenen aan het front op de IJzervlakte.


 

1.7 Pater Fons sr en zijn handgeschreven brieven

Fons sr, broer van Jan sr, was al sinds 1911 naar de Filippijnen op missie, en was gestationeerd in Taganaan. Ook hij had de pen, maar schreef op een heel andere manier dan Jan.
Hij stond aan de andere kant van de wereld en moest het meeste nieuws vernemen, via de brieven die hij kreeg van Jan, en de rest van de familie in Tisselt.
Maar de meeste korrespondentie had hij met de familie Van der Borght (verre familie) van de Cogelslei uit Berchem; zij waren ook grote “sponsors” van de twee paters senior.
Vele honderden brieven van Fons zijn gelukkig bewaard gebleven. In dit boek kunnen we daar uiteraard niet uitgebreid op ingaan. Een ander boek zal het leven en werk van Fons sr belichten.

Maar we geven vooraf het eerste blad en een omslag mee van een brief die door de oorlog vier jaar onderweg is geweest (in 1914 geschreven en in 1919 aangekomen). Zo zijn er nog in het familie-archief. Op de bijgaande omslag heeft destijds iemand genoteerd hoelang die brief nodig had om tijdens de oorlogsjaren van in de Filippijnen tot in België te geraken.


21

22

Een kaart, die Jan schreef aan een (voor ons) onbekend iemand, met een foto van hem met een vriend “d’Hooghe” uit Gent. De kaart is de censuur gepasseerd


23

13:38 Gepost door Marc in militairen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: tisselt, cortebeeck, woi, pater jan |  Facebook |

26-11-09

GAAND Jacques Sdt ov16 Linie Regt Vuur Kruis 36-37 P127

Met dank aan:

Adjt GAAND Jacques R64154 (kleinzoon van Gaand Jacques)
Regt Ardeense Jagers.
Voor het ogenblik im opdracht
in Afghanistan.
ISAF-OMLT-Kunduz


 VUURKAART


Jacques Gaand Carte du Feu


Jacques Gaand Carte du Feu 2


 GULDENBOEK


Livre d'Or 1


 DE MARS VAN HET VUURKRUIS


Marche des Croix du Feu


JACQUES GAAND IN 1955 


Jacques Gaand 1955

20:42 Gepost door Marc in militairen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: woi, gaand jacques |  Facebook |

18-08-09

Memoires van de oorlog 1914-1918(Deel XVII)

Aankomst van de rekruten (schachten) op het front

Men had ons reeds lang beloofd dat versterking aan manschappen zou komen, door de rekruten van de klas 1914. Eindelijk, op 22 februari 1915 waren ze aangekomen terwijl onze kompagnie in eerste lijn aan de knokkebrug de wacht optrok.
In de nacht van 22 op 23 februari keerde onze kompagnie uit de frontlinie naar het kantonnement te Pollinkhove, terug.


knokkebrug

Knokkebrug (foto: Marc Ryckaert)


Ons kantonnement was in de school, die verdeeld was in twee klaslokalen; in de ene sliepen de toegekomen schachten en de andere
was voor de anciens bestemd. In volle nacht kwamen we te Pollinkhove in ons logement toe.

Om acht uur 's morgens kwam één der piotten, die op het w.c. een dringende behoefte was gaan doen, binnen gestormd al roepende "De Keunink is daar"!
En inderdaad Koning Albert was de rekruten aan 't inspecteren in de klas naast de onze.

Bij het horen van die uitroep sprong ik recht gevolgd van mijn vriend Rik; 't was om de plaat te poetsen, maar op de koer (speelplaats) werden wij in ons vlucht gestuit, daar de koning reeds uit de klas kwam en op de koer verscheen. Wij moesten halte en front maken en de Koning kwam recht op ons af en vroeg aan de Rik "Avez-vous des bon souliers"? Hebt gij goede schoenen? De Rik antwoordde niet onmiddellijk
en trok daarbij nog een aardige snuit. De Rik uit zijn lood geslagen aarzelde enkele ogenblikken om te antwoorden, tot hij opeens uit volle borst zei: ja, mijne Konink. Ik die er naast stond kon moeilijk mijn lach bedwingen, daar die uitlating niet strookte met de militaire gewoonte; temeer de Rik had geen schoenen aan, want hij stond met een paar grote kapblokken aan de voeten. De Koning schudde het hoofd, bezag mij, knipoogde en ging de klas van de anciens binnen.

Wat de Jules aldaar met de Koning medemaakte vertel ik liever niet.

Na de IJserslag die tot 20 oktober zou duren, maar vooral in de winter van 1917, hebben de soldaten naar ziel en lichaam ontzaglijk veel geleden. Sommigen waren erg ontmoedigd en vaak de wanhoop nabij omdat ze geen nieuws ontvingen, noch van huis, noch van vrienden, die in andere legerafdelingen waren ingedeeld. Nu en dan kwam er wel een gesmokkelde brief in hun handen. Hier past het hulde
te brengen aan de moedige "Stavine" die op gevaar af door de Duitsers gearresteerd te worden, brieven over de Hollandse grens smokkelde
voor de soldaten. 

14-08-09

Capelle Cyriel

Onderstaande info werd ingezonden door Martin Capelle uit Kortemark:

Mijn grootvader heeft eveneens gevochten tijdens WO I.
Dit was echter van korte duur, hij is krijgsgevangen genomen geweest op 08/08/1914 in Luik. Hij was soldaat bij het 3de regiment artillerie 2de groep 41ste batterij bij zijn gevangenneming. Dit volgens zijn schrijven in 1933 naar de Nationale strijdersbond.Volgens een schrijven van ene Kolonel Colot in mei 1934 zou hij behoord hebben tot 47 batterie montée, 14 brigade mixte.
 


Mil paspoort Cyriel

21-11-08

Viering NSB Groot Londerzeel

 

Viering NSB Groot Londerzeel

Zondag 23 november 2008

 

Tentoonstelling in feestzaal “Flandria” te Steenhuffeldorp,

 

Programma

14.00 uur  Doorlopend : tot 18 uur

                   Tentoonstelling archief NSB Groot Londerzeel

                   Bezoek aan tal van standen o.a. Defensie

                   Filmvoorstelling van aktiviteiten NSB Groot Londerzeel

                  Voorstelling van boek “eerste wereldoorlog” (heruitgave)
                  Voorstelling boekje “geschiedenis  NSB GrootLonderzeel
            Voorstelling van pedagogisch project “Te Jong” van de school Ter Elst


15.00 uur  Panelgesprek oudstrijders en kinderen

 

21:24 Gepost door Marc in militairen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: steenhuffel, woi, londerzeel, nsb |  Facebook |

Duitse mariniers in Londerzeel

1914 - Duitse mariniers in Londerzeel

 door Louis De Bondt, Francis Hallemans en Louis De Boeck 

Op 20 augustus 1914 werd het niet verdedigde Brussel door de Duitsers bezet en nog dezelfde dag werden er door Ulanen verkenningen naar het noorden uitgevoerd. Verder doorstoten naar Antwerpen - waar het Belgische leger en de Belgische regering zich teruggetrokken hadden - werd niet opportuun en zelfs overbodig geacht. Als gevolg hiervan ontstond een frontlijn (en aanvoercorridor voor de Duitse troepen die verder naar Frankrijk oprukten) van Aarschot, over Leuven, Vilvoorde, Wolvertem en zo verder naar het zuiden, richting Bergen.

Vanaf 20 augustus lag Londerzeel bijgevolg in het niemandsland. Een klein aantal kilometers naar het zuiden (Grimbergen, Meise, Wolvertem, Asse) lag bezet gebied. 7 kilometers naar het noorden, in en voorbij de forten van Liezele en Breendonk bevond zich het voltallige Belgische leger. Telkens wanneer eenheden van deze legers zich te ver in dat niemandsland waagden werd er slag geleverd. Zo leden de Belgen zware verliezen tijdens de slag van Imde (tussen Londerzeel en Wolvertem) (24 augustus) en werden de Duitsers bloedig verrast toen een grote verkenning tussen Londerzeel en Breendonk hen op 4 september in het schutsveld van de forten bracht. 

Mede omdat hun aanvoerlijnen door 2 Belgische uitvallen verstoord werden, faalden de Duitsers aan de Marne. Daarom besloten ze om het Belgische leger alsnog uit Antwerpen te verdrijven. Na een mislukte 3de Belgische uitval (tussen Buggenhout en Dendermonde) werd op 28 september de echte aanval op de vesting Antwerpen ingezet.

Het was niet de bedoeling van de Belgische Generale Staf om ons leger binnen de fortengordel te houden. Daarentegen wilde men proberen om de bres tussen de Engelsen - waarvan men dacht dat die ieder ogenblik aan onze kust zouden ontschepen - en de Fransen in Noord-Frankrijk op te vullen. Daarvoor moest het Duitse aanvalsleger voldoende lang opgehouden worden om onze troepen de kans te geven om de IJzer te bereiken. Het was de taak van de regimenten tussen het kanaal van Willebroek en de Schelde om te verhinderen dat de Duitsers nog voor het gros van het Belgische leger de Schelde zouden oversteken.


kaart

 

 

 


 

Plan van de aanval op Antwerpen. Let op de accolade bij de Marine Divisie

Tijdens de avond van 28 september werd het talud van de spoorlijn tussen Kapelle-op-den-Bos en Londerzeel (evenals die tussen Londerzeel en Dendermonde) door de Belgen opgegeven. De troepen van de Duitse 33e Ersatz Infanterie Brigade (deel van de 4de Ersatz Divisie) namen de vrijgekomen posities in. Hierdoor kwamen de Grote Wachten van het 12de Linieregiment, die zich tussen het kanaal van Willebroek en Londerzeel Sint-Jozef hadden ingegraven, de volgende ochtend onder vuur te liggen. Terwijl de zware artillerie van de Ersatz Infanterie Regimenten de Belgische loopgrachten vanaf de spoorweg bestookte, was het echter het 1ste Matrozen Artillerie Regiment dat om 7u40 zijn posities aan het kanaal van Willebroek verliet en de Grote Wachten van Tisselt, de Molenhoek en Neeravert - die door diverse omstandigheden niet met elkaar in verbinding stonden - de een na de andere overrompelde.

De kaart hieronder vat deze operatie samen.



kaart2


ï Schematische voorstelling van het oprukken van het 1ste Matrozen Artillerie Regiment  (benaderend).

çSchematische voorstelling van de aanval van de 13de en 33de Ersatz Inf.  Brig.

X  Positie van de Duitse artillerie (benaderend).

Meer informatie over deze bloedige flankaanval, die aan ongeveer 150 soldaten en officieren van het 12de Linieregiment het leven kostte, is te vinden op de volgende link. 
http://users.skynet.be/fb772494/De%20slag%20van%20Londerzeel.htm

Het vuur van de forten van Liezele en Breendonk stremde de Duitse aanval. Deze versterkingen zouden trouwens nooit echt verslagen worden. Het was daarentegen via Walem en Sint-Katelijne-Waver dat de vijand op 9 en 10 oktober de doorbraak naar Antwerpen forceerde.

Tot dan zouden de Duitse troepen in de doorgaans verlaten huizen van Londerzeel en omgeving hun intrek nemen. Eerst waren het afdelingen van de 4de Ersatz Divisie die onze streek "pacificeerden". Dat gebeurde vooral door al de mannen die hier nog waren op te pakken, dagenlang vast te houden en hen bij het begraven van de op het slagveld achtergelaten doden en bij het plunderen van de huizen van hun gevluchte buren in te zetten.

Op 9 oktober, om 4u30 's ochtends, kwam een andere Duitse eenheid in de gemeente bivakkeren. Het was hetzelfde 1ste Matrozen Artillerie Regiment dat hier al op 29 september de weg was komen verkennen. Hoewel deze mariniers geen 2 volle dagen gebleven zijn, hebben ze toch een aantal souvenirs van hun verblijf nagelaten. Hieronder vindt u 3 foto's van graffiti die we in het prentenkabinet te Brussel gevonden hebben.


 

 

1 


Zeer vrije vertaling: Belgen het ga je goed. Nu gaan we ons met de Engelsen bezig houden. 


2


Wellicht staan op deze deur van een woning langs de hoofdstraat de nummers van de huizen waar de geplunderde goederen bijeengebracht waren. 


 3


 Wie kan deze tekst ontcijferen? De kop is duidelijk die van een marinier.

Wellicht als vergoeding voor de kunstwerken die ze in Londerzeel achter lieten, hebben ze er ook een paar meegenomen. Uit het gemeentehuis verdwenen, naast de kas van de gemeenteontvanger, 2 werken van Eduard Van Esbroeck. Het eerste was een niet nader omschreven "genreportret" en het tweede was het olieverfschilderij "de laatste slachtoffers van de zondvloed" waarmee van Esbroeck in 1892 de befaamde prijs van Rome had gewonnen. 


 4


 

Schets van het gestolen schilderij. Eduard Van Esbroeck werd wel bijzonder hard getroffen. In het ouderlijke huis, De Kroon, dat op 27 september in brand geschoten was, werd zijn hele jeugdwerk vernield.

Op 10 oktober gaf Antwerpen zich over. Het Belgische leger had zijn doel bereikt en zat achter de IJzer. In de loop van de late namiddag kreeg het 1ste Matrozen Artillerie Regiment het bevel om Londerzeel te verlaten en via Willebroek en Boom naar de stad aan de Schelde te marcheren. Daar moest het op tijd zijn om aan de grote overwinnaarparade deel te nemen. De mariniers zijn goed aangekomen. In "1914 illustré" vonden we daar de bewijzen van.


5

 

 

 


Het 1ste Matrozen Artillerie Regiment in de straten van Antwerpen. De avond voordien uit Londerzeel vertrokken.

We sluiten dit verhaal af met een klein detail. Alvorens Londerzeel te verlaten werd het huis van de afwezige burgemeester-notaris van Hove - waar de Duitse legerstaf tussen 29 september en 10 oktober zijn kantoren had - grondig opgeruimd door het in brand te steken.


6


 

Het uitgebrande huis van burgemeester-notaris Van Hove. Ook het hele notaris-archief ging verloren.

                           Veel meer over dit en andere zaken is te vinden in

"1914-1918 in Londerzeel en Noordwest-Brabant".

 Voor informatie over de heruitgave van dit boek, waarvan de eerste versie in 1999 verscheen, verwijzen we naar de website "Londerzeel Vroeger".

http://users.telenet.be/Londerzeelvroeger/

 

 

21:03 Gepost door Marc in militairen | Permalink | Commentaren (3) | Tags: londerzeel, woi, duitsers, mariniers |  Facebook |